Uit het Woord - pagina 159
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
155 hij
bij
gemis van den draad, die
hem
leiden kan, zich in den doolhof
des levens verwart.
derhalve de vraag: Waarom is b. v. Calvijn als een leidende geest en zoo menig ander als Voetius een keiirgeest, bedeelde geboren? Of ook, waarom minder een als Woords dienaar des waarom is aan Thaddeüs vijf, Jacobus aan tien, Paulus zijn aan des Heeren toebedeeld? Apostelen de onder talent enkel slechts één en in uw eigen land tijd eigen uw in wie dan vraag Of wilt ge, ze zijn, wier de geesten zijn, wier glans allen in het oog straalt; wie zijn wier schijnsel licht velen ten goede komt; en wie de anderen wordt bespeurd meer nauwelijks levenskring engeren hun buiten even den aanleg van B, stel u ook dan de vraag, waarom A niet met
Hiermee
ontstaat
en
met de eigenaardigheid van C, C niet met het talent van A geboren werd? De verklaring hiervan kan niet in hun persoon liggen, want juist hun persoonlijkheid moet verklaard worden. Evenmin kan ze liggen datgene wat hen in andere personen, want er is juist sprake van met andere personen niet gemeen is, maar ze van hen scheidt. Ze kan ook niet in het stof der aarde liggen, of aan de starren des hemels gevraagd worden, want we zoeken juist de persoonlijkheid des menschen stoffelijke verheft. te verklaren, die hem boven al het zichtbare en éénmaal Er blijft dus niet anders over, dan zonder tusschenschakel^ op kan God in van het schepsel tot den Schepper over te gaan. Alleen de Schepper als de verklaring van dit raadsel liggen, wijl Hij alleen ons Schrift de persoonlijkheid schiep, de gaven uitdeelde. Dat is wat De Heere heeft leert: Armen en rijken ontmoeten elkander. Waarom?
B
niet
.
.
gemaakt!
ze heiden
Waarom
heeft
God
ze
aldus
gemaakt?
doordringende geest al verder. Toch niet om onze werken, want aan genis vooraf.
^
alle
vraagt onze altijd dieper
werk ging onze ontvan-
m
een onze zonde, want eerst door ontvangenis onderworpen. zonde zondig geslacht zijn wij aan het verband van schuld en Toch^ niet uit het voorzien, dat we ons tot die persoonlijkheid ontwikkelen zouden, want niets kan zich ontwikkelen, wat niet inde kern van ons wezen reeds bij onze ontvangenis gegeven is. SchepNiet uit de werken, maar uit den vrij machtig uitdeelenden antwoord éénig het is dus ook hier per, opdat niemand roeme! of derde dat zich vinden laat. We zijn geesten van de eerste, tweede tien ontvingen We orde, wijl God de Heere er ons toe uitverkoos. welbehagen. zijn in één talent naar het Hem goeddacht of vijf Welbehagen, vrijmacht, uitverkiezing is dus ook voor het natuurlijk
Toch
niet
om
—
U
leven de laatste grond waarop we staan. Dat hiermee geen willekeur bedoeld kan zijn, spreekt vanzell. verKeeds onder menschen wordt willekeur als zondig en onzedelijk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's