Uit het Woord - pagina 51
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
47
eeuwige
heerlijkheid,
die,
in
onderscheiding
van
deze aardsche be-
kenmerkend leven van het „Rijk der hemelen" uitmaakt. Dienovereenkomstig wordt het ook den ziener op Pathmos betuigd: „Zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid, en Ik heb de sleutels deeling, het
der
en des doods,'" en heet het tot de gemeente van Filadelfia terugwijzing op Israël: „Dit zegt de Heilige, de Waarachtige,
hel
met
die den sleutel Davlds en niemand opent." Het dunkt ons schier
heeft,
voor
die opent en
tegenspraak
niemand
sluit,
die sluit
onvatbaar, dat elk dezer
indrukwekkende uitingen ons geheel op het terrein van 's Heeren wederkomst verplaatst, en ons als aan de poorten der eeuwige heerlijkheid stelt. Vooral ook de terugwijzing naar „David" noopt tot die opvatting. De „sleutel van David," dat kan niet zijn „de teedere inleiding, die Isaï's zoon in het mysterie des Koninkrijks werd gegeven," maar moet doelen op de macht zijns schepters. Israëls Koningsheerlijkheid heeft niet een geestelijke, maar een eeuwige bedoeling. Davids huis is beeld, allereerst van de koninklijke machtsvolheid, die in de majesteit van 's Heeren komst zal uitbreken, en eerst daarna, bij wijze van gevolgtrekking schaduw van den koninklijken geest, die reeds nu de kinderen des Koninkrijks moet bezielen.
III.
SCHRIFTUURLIJKE ZIN DER SLEUTELEN. En op
Ik zal den sleutel van het Huis Davids schouder leggen. Jes. 22 22.
zijn
:
De
beeldspraak „der Sleutelen" is aan het Oude Verbond ontDe uitspraak van den Christus aan de gemeente van Filadelfia slaat blijkbaar op zijn machtbevel aan Petrus (Matth. 16) terug, en de bij Johannes gekozen uitdrukking, „die den sleutel Davids heeft," kan door niemand buiten verband met Jesaia 22 worden leend.
verklaard.
Een godspraak over Sebna, koning Hiskia's alvermogende hofmeier, wordt ons in dit hoofdstuk met een zeldzaam op den man afgaan door Jesaia, zoon van Amos, geboden. Sebna was blijkens de wel karige, maar toch doorzichtige gegevens der Schrift, eerste dienaar des konings, aan de spits der beambtenhiërarchie geplaatst, hoofd der Egyptische fractie, die vooral onder Jeruzalems grooten school en reeds destijds voorlooper van dat der
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's