Uit het Woord - pagina 57
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
53 over eenige zaak, die zij zouden mogen begeeren, die zal hiin geschieden van mijnen Vader, die in de hemelen is." En deze ontleding van de geschonken macht wordt verklaard in wat dan onmiddellijk komt: „Want waar twee of drie vergaderd zijn in mijnen naam, daar ben Ik in het midden van hen." Geen begeeren dus naar willekeur, maar een begeeren dat stand houdt, nadat men in den naarn van Jezus is ingegaan. Niet alleen, zoo dat de ander er buiten staat, maar zoo dat men, beiderzijds in dien naam zich verplaatst hebbende, met geheel zijn wezen in dien naam besloten, elkander in Christus ontmoet. En waaruit vloeit dan de kracht, die ter beoefening van de macht
onmisbaar is?
Hem! „Daar ben Ik in hun midden!" Geen toezegging derhalve aan clen enkele. Steeds
Uit
is van de Gemeente dan in haar uitgebreidsten kring, hetzij in kleiner kring saamgetrokken. Toch moet er altijd een veelheid zijn. Tres faciunt
sprake,
't
zij
collegium., drie
maken een vergadering
uit," zegt een volkswoord.
En
daarom „waar twee of drie te zaam zijn" werkt de macht. Daar werkt ze, op één voorwaarde: dat het zijn in den naam van Jezus volle waarheid zij en de levensband met den Christus volkomen normaal werke. Ter verduidelijking passen we dit eerst op de Gemeente in den. hemel toe, op de Gemeente die reeds zegepraalt, en die eerst met hen die op de aarde zijn of komen zullen, de ééne, volle, rijke Gemeente, de gemeente van den Zone Gods uitmaakt. Op dit samenhooren dezer drie legge men den nadruk. De Gemeente was op aarde, is op aarde en zal op aarde zijn. Er is een Gemeente die reeds kw^am en ging er is een andere Gemeente die thans op aarde leeft; en er komt nog een derde Gemeente, die op aarde zal zijn, als de thans levende den strijd heeft voleind. Toch vormen deze drie slechts de ééne Gemeente van den Christus. Nergens is een scherpe grenslijn. Elk kind Gods heeft geroepenen ten leven gekend, die hem voorgingen in de ruste, terwijl hij nog bleef. En evenzoo zal het in de eeuwigheid blijken, dat we op aarde reeds verkeerd hebben met ouden en jongen van dagen, die, nog verre van het Koninkrijk toen wij hen kenden, na ons heengaan zijn toegebracht tot den Heere. Niet drie stroomen maar ééne Godsrivier, waarin elk kind Gods een waterdrop vormt, geboren uit den dauw des dageraads. Niet één dag is er, dat men zeggen kan: „Heden is de Gemeente op aarde, wat ze gisteren was;" want eiken dag worden er opgeroepen en geroepen; sterven er kinderen Gods weg en worden er kinderen ;
des Koninkrijks geboren.
In dat eenheidsgevoel zong de kerk van Christus haar „Te
Deum
:'*
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's