Uit het Woord - pagina 149
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
145
om
wat
lieeft God ons uitverkoren ?" Toch niet opdat zouden zijn, maar opdat we in aller eeuwen eeuwigheid dat zouden zijn en doen wat Hij voor de eere zijns naams alzoo beschikt heeft. Door dit te zijn en te doen zullen wij tevens zalig zijn; ja, in te zijn en te doen, wat Gods eere met ons wil, zal hel feit zelf onzer zaligheid schuilen; maar als gevolg, niet als doel dat vooropstaat. En dit nu geldt voor het leven op aarde evenzeer. Het Koninkrijk is reeds op aarde. De eerste aanvangen van het rijk der heerlijkheid liggen nu reeds in de Gemeente, die nog de pelgrimswacht op aarde waarneemt. Ook voor dit leven moet dus gevraagd: Wat de Heere voor zichzelf, voor Zijn naam en eer, nu reeds op aarde met onze uitverkiezing wil. Hij brengt er ten leven eerst in de stervensure. Van die wilde Hij dus op aarde niets. Maar anderen roept en trekt Hij tien, twintig jaren vóór hun dood, sommigen reeds
we maar
te
verwezenlijken
zalig
vroegste jeugd. Waarom dit? Immers niet wijl ze zonder voorbereiding niet zalig konden worden. Dit zou de kreet der wanhoop voor de later bekeerden zijn. Maar wijl Hij dezen heeft uitverkoren, om reeds vóór hun sterven, nog in deze bedeelino-, in de Gemeente op aarde, iets ter eere van zijn naam door hen te werken. Nu kan men met den Catechismus dit saam vatten onder den term „vruchten der dankbaarheid," mits men slechts erkenne, dat die vruchten bij ieder naar zijn soort worden uitgedreven, en dat de verbijzondering der uitverkiezing ook daarin doorgaat, dat elk geroepene en verwekte ten leven zijn taak, zijn roeping heeft, iets dat de Heere voor zijns naams eere door hem en niet door een ander wil gedaan hebben, een steenke dat Hij voor den bouw zijner Gemeente als vrucht van on'ze persoonlijke uitverkiezing profeteert en met goddelijke gewisheid, of wil men gelijk Paulus zegt, dat er wel leden der eere en der oneere in het eene Lichaam zijn, maar nooit met de dooreenwarring van taak of bestemming Het oor, het ooode voet, de hand, moeten al te zaam de vrucht hunner werkinotoonen, maar steeds met dien verstande, dat het oor is uitverkoren om te hooren, gelijk het oog om te zien en dat de voet tot wandelen, gelijk de hand tot handelen geroepen is. Grijpt men deze waarbeid, dan is belijdenis der uitverkiezino- slechts een andere term voor de hoogste levensactiviteit; Dan wordt het verklaarbaar, hoe de Gereformeerde kerk, die in deze belijdenis wortelt de hoogst denkbare activiteit op het gebied van kerk en school, van staat en maatschappij, van huislijk en persoonlijk leven o-eoefend heeft. Dan is het geen raadsel meer, hoe juist de Gereformeerde natiën de zustervolken met zulke reuzenschreden zijn vooruito-ekomen. Dan is er geen strijd meer, maar volkomen harmonie tusschen een belijden der prsedestinatie en zeer scherpelijk tuchtigen van het onheilige in de praktijk des levens. „Waartoe uitverkoren?" is dan de vraag, die door geheel het leven ons nadreunt en juist daardoor
in
hun
nadere
10
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's