Uit het Woord - pagina 101
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
97
En
men
dat laat
zoo.
Daar doet de gemeente Zelfs
men
beseft
als gemeente niets aan. niet meer, dat afsnijding van deze
kwade ranken
onafwijsbare pliclit is jegens den Heere en jegens den broeder. Dat dit in onze massale volkskerken niet anders kan, mag niet als verontschuldiging gelden. Het bewijst slechts dat deze Kerkstaat nooit door den Heere gewild kan zijn.
We
hebben zijn gezaghebbend Woord. In elks Bijbel staat zijn en onvoorwaardelijk gebod. Men mag, tenzij men stout weg
stellig
zulk gezag verwerpe, in zulk een toestand niet blijven. Hij zelf heeft den weg ter voorkoming en wegneming van het euvel aangegeven. Eerst den broeder alleen. Dan met twee of drie getuigen. dit niet, dan de Gemeente. Maar die Gemeente, waar is ze ? Waar schuilt ze ? Hoe haar te vinden? Ge kreegt een twist met een uwer broederen. Er is een uwer broederen die iets tegen u heeft. Buigend voor Jezus' gezag was het u onmogelijk in dien onverzoenden staat voort te leven. Ge gingt tot hem. De verzoening werd beproefd, maar mislukte. Aan wien lag het? Aan u of aan hem? Gij noch hij mocht dit beslissen. Nogmaals gingt ge daarom tot hem, nu door een drietal broederen verzeld. Toch gingt ge onverzoend uiteen. Er was nog geen beslissing, want
Baat ook
spraken
al
de
hun gezag over
broederen in uw voordeel, uw tegenpartij der behoefde te erkennen. Wat nu te doen? Er kan geen twijfel Jezus zelf schrijft u de te volgen gedragslijn voor. Gij
niet
bestaan.
moet naar de Gemeente. „Zeg het der Gemeente" is zijn stellig bevel. Waar moet ge nu heen? Waar zult ge u vervoegen? Waar heen u wenden? Ach laat ons het bekennen. Die gemeente is in onzen ellendigen toestand niet te vinden. Men is gedoemd in den onverzoenden toestand !
zoo de wederpartij tot verzoening ongeneigd is. naar Jezus' woord doen. Men is in de treurige onom door het doen van Jezus' woorden te ervaren dat
te blijven voortleven,
Men kan
niet
mogelijkheid,
woord uit God is. Het pijnlijkst van dezen onhoudbaren toestand
zijn
is
nog, dat
men
er
geworden. Men leeft zorgeloos voort, zonder te beseffen, dat een toestand die ons belet naar Jezus' woord te leven, geen oogenblik mag geduld. Men acht nog dat het bespreken van dit kerkelijk vraagstuk een netelige quaestie te berde brengt, die niet sticht, niet opbouwt en met ons allerheiligst geloof in geen verband staat. Men keurt het nog als ongeestelijk redetwisten af, zoo men deze dingen voor de consciëntiën brengt. Die verstomping van het Christelijk levensbesef is het verontrustendst teeken van de kwijning en ontbinding der gemeente. Toch gaan we voort, de Gemeente het „Ontwaak, ontwaak!" toe
stomp voor
te roepen.
is
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's