Uit het Woord - pagina 63
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
59 rust, dan moet toch, zonder de innerlijke harmonie haar eisch voor ons volle gelding hebben, dat wij werken werken onze eigen zaligheid, eene zalige vrucht uit vreezen
eeuwige verkiezing te
breken,
moeten, en beven gerijpt. Ook de andere reeks moet hier dus aangewezen.
Het Koninkrijk moet komen. Met nadruk, schier voor alles, wordt den bidder de bede nog op de lippen gelegd: „Uw Koninkrijk kom e!" Gewraakt en weersproken wordt is
er,
maar
ook, het
is
nog
er
de meening der jongeren,
niet,
wijl het tiog
dat het Koninkrijk reeds terstond
zou openbaar worden (Luk
19 11). In de Apocolyptische teekening die bij Mattheüs het lijdensverhaal voorafgaat, komt dat Koninkrijk voor als een toekomstige erfenis „Beërft het Koninkr ij k, dat u bereid is van de grondlegging der wereld" (Matth. 25 34). Het is des Yaders welbehagen ulieden het Koninkrijk te geven (Luk. 12:32). De Christus ver ordineert, beschikt dus als iets toekomstigs, aan zijn jongeren het Koninkrijk (Luk. 22 29). „De rechtvaardigen zullen blinken als de zon in het Koninkrijk des Yaders" (Matth. 13 43;; en Paulus, die door den Geest sprak, bidt het zich zelven toe, dat zijn Heere en grootmachtige Koning „hem beware tot zijn hemelsch Koninkrijk" (2 Tim. 4 18). De laatste reeks brengt haar uitlegging met zich. Daar twijfelt niemand aan, die aan de Schrift niet twijfelt, of het Koninkrijk dat komt, doelt op den Christus, komende in zijn glorie, met zijn heilige engelen, om de heerlijkheid te doen uitbreken en de gouden kronen aan alle mensch te reiken, die geleefd heeft uit zijn dood. Het Koninkrijk dat komt, wie tast het niet voetstoots? dat is 's Heeren wederkomst op de wolken, als alle oog Hem zien zal, de voleinding der eeuwen, de ingang in het storeloos Hallelujah, het uitrijden ter overwinning en ter heerschappij van Hem, die op het witte paard gezeten, den naam in de lendenen gedreven draagt, die :
:
:
:
:
:
—
hem noemt Slechts
als
blijft
het
—
Woord Gods.
de vraag, hoe daarmee de eerste reeks van uitspraken
rijmen zij. Oplossing geeft de Heere zelf. Zijn Koninkrijk, voert hij Eome's Landvoogd met kalmen ernst tegemoet, is niet van deze wereld (Joh. 18 36). Het komt wel nu reeds, maar gekomen blijft het toch schuil, want het komt niet met uitwendig geluat (Luk. 1-7 20), het heeft zijn terrein en domein niet in de zichtbare heerlijkheid van dit nu in gang zijnd, voor aller oog in glans en glorie blinkend leven: zijn domein ligt in het leven achter dat schitterend gordijn het Koninkrijk Gods is binnen ulieden (Euk. 17 21). Zoolang ge de gave mist om door dat gordijn heen, achter dat scherm om te zien, ziet ge dus ook van dat Koninkrijk niets. Tenzij iemand wedergeboren wordt uit water en geest, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien (Joh, 3 Het mist tot streeling 3). te
:
:
:
:
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's