Uit het Woord - pagina 227
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
223 Hij geeft zijn Zoon. Die Zoon neemt onze menschelijke natuur aan, en brengt doordien Hij van boven, en niet uit de wereld komt, het onherroepelijk oordeel over alle hoovaardij en zelfverhetting der menschen. Maar ook wijl Hij God is, en als de Zoon in de wezensge-
meenschap met den Vader is, openbaart Hij God in den mensch, en. opent den weg, waardoor na de uitstorting des Heiligen Geestes God ook in ons zelf kon gekend worden. Daartoe echter moet de menschelijke natuur in waarheid menschelijk blijven, moet de mensch Christus Jezus belijden, dat Hij van zichzelven niets kan doen, tenzij Hij den Vader dat ziet doen; niet van zichzelven spreekt, maar spreekt' gelijk Hij gehoord heeft; hoewel Hij de Zoon was, gehoorzaamheid leeren; door de worsteling des geloofs de kroon verwerven; buiten staat zijn iemand te redden, tenzij deze Hem door den Vader gegeven worde; tot den Vader roepen, vanden Vader halpe bidden, en ook na zijn verheerlijking, als het al zal volbracht zijn, het Koninkrijk aan den Vader overgeven en zelf onderworpen worden dien, die Hem alle dingen onderworpen heeft, opdat
God zij alles in allen. Wie waant dit mysterie
doorgronden, zou zichzelf en anderen misleiden. Dit grondeloos mysterie van den persoon des Middelaars peilt geen menschelijke blik.' Dit mysterie zoomin als het mysterie der schepping zoomin als het begrip van de eeuwigheid, evenmin als het mysterie van de liefde en van het leven. Maar al blijft dit mysterie verborgen, wat geopenbaard is mogen we nimmer als niet geopenbaard voorbijzien, en dit geopenbaarde is, dat er in Christus geen vermenging der twee naturen plaats greep, en dat zijn menschelijke natuur als behoorende tot het creatuurlijk leven nooit voorwerp van goddelijk eerbewijs
mag
te
zijn.
VI.
ONZE KINDEREN. Indien gij niet wordt gelijk de kinderkens, zoo zult gij in het Koninkrijk der hemelen 3. Matth. 18 geenszins ingaan. :
Vero-oding streven, dat
van het menschelijke in den persoon des Heeren is het aanvankelijke toebrenging van ons hart tot Hem, bij
onafscheidelijk
Zone
is
van de gesteldheid onzer ziel. Te gelooven dat de eeuwig God is en blijft, de menschelijke natuur
m
Gods, die vereischt dier voege heeft aangenomen dat déze echt menschelijk bleef,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's