Uit het Woord - pagina 184
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
180 waarheid ya nooit voorop, maar volye steeds de bekeering des harten." Het „hart'' der belijdenis hebben de vaderen ze genoemd. Dit blijve en worde door niemand misvormd tot de hond, waarbij men de ze, belijdenis aanvat. Zóó als ze in Gods woord ligt uitgesproken, zoo blijve die verkiezing ook voor ons leven, of ons zou de schuld treffen, als ze door onware vooropstelling aan smaad werd bloot gegeven en tot een aanleiding werd voor den spot " Nooit gelde de onbekende factor der uitverkiezing als richtsnoer voor de prediking, waartegen „Wijl het ons onbekend is, wie tot Augustinus reeds waarschuwde wie niet, moet in ons woord die behoort, uitverkorenen der het getal zaligheid wenschen te brengen. tot de allen wij dat heerschen, toon iegelijk, dien de Heere op onzen weg een wij dat maken, Dit zal om te zetten, en dat feitelijk trachten vredes des kind een plaatst, in erfgenamen der belofte zijn." blijft, die hen op alleen onze vrede van den vermaans grooten Calvijn woord des ernstig dit nog Waaraan aldus toesprak: schare Dat ge niet de iemand „Zoo toegevoegd: zij voor u het verderf God bestemd dat vandaan, daar gelooft, komt gevoed, maar boosheid traagheid gekweekt slechts niet zou lieeft, worden. En zoo iemand deze stelling ook op de toekomst uitbreidde: zou er een verGij zult niet gelooven, wijl ge verworpen zijt, worden." gehoord Evangelieprediking geen vloeking, Toch bezondigt zich, wie ter vermijding van dit gevaar, de heeropenbaring Gods over de uitverkiezing verzwijgt. Daarin juist lijke stak de zonde der demonstranten, die op hun Synode in 1612 te Utrecht gehouden, voorschreven, dat men wel de uitverkiezing, als gevolg van Gods voorwetenschap te gelooven had, maar er op den predikstoel van had te zwijgen. Een beweren, door Augustinus reeds met klem weerlegd, toen hij schreef: „Zoo de heilige schrijvers van de Schrift en de kerkdienaars die na de Apostelen zijn opgestaan, blijkbaar beiden deden: èn de uitverkiezing prediken èn hun gehoe zullen we meenten onder de tucht des vromen levens houden, :
—
—
—
dan vrede hebben met hen, die willen dat het stuk der uitverkiezing voor het volk verzwegen worde? Neen, het moet gepredikt worden,
om te hooren het vatte. Evenals de vrucht opdat de Heere naar eisch van zijn is, prediken der vroomheid de praedestinatie te prediken, opdat ook zoo is worde, Woord geëerd over het werk van Gods genade, ontving, gehoor wie het geestelijk roeme." zichzelve in God, niet in Aan dien stelregel houden we ons, óók tegenover hen, die wel een verkiezing der Gemeente leeren, maar geen verkiezing der enkele personen aanvaarden durven. Eerst blijke wat de Heilige Schrift dienaangaande leert. 20: „Verblijdt u daarin, niet dat de geesten Jezus zegt, Luk. 10 verblijdt u veelmeer daarin, dat uwe namen maar zijn, u onderworpen hemelen." de geschreven zijn in opdat
hij
die ooren heeft te
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's