Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit het Woord - pagina 235

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het Woord - pagina 235

Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.

3 minuten leestijd

231 leven van de familie, een leven der maatschappij, een leven van vaderland, maar ook een leve)i der wereld als grondslag van dit alles, en daarvan zegt Jezus dat Hij zichzelven geeft voor het leven der wereld. Maar van twee wegen spraken we, om dit duidelijk te maken. Ziehier den anderen weg.

een

het

:

Zoo dikwijls we in de Schrift van engelen in tegenstelling van den mensch, wien ze verschijnen, lezen, gevoelen wij op den mensch, niet op den verschijningsengel betrekking. Als ons gezegd wordt dat de Zoon van God niet de natuur der engelen, maar die der menschen heeft aangenomen, zegt ons hart ons, dat daarmee aan 07)s geslacht, aan een geslacht, Avaartoe ook wij behooren, een hooger eere gegund is. Als we hooren van een Sathan, die den mensch komt verleiden in het paradijs, dan is het of ook ons die strijd aangaat, en als we lezen dat de mensch tegenover den Sathan bezweek, is het of wij zelf een nederlaag leden in hem. Kortom,, zoo dikwijls er sprake is van een macht buiten deze wereld die zich op deze wereld openbaart, ons eigen leven in dat leven der wereld betrokken. Dat we aan is dat leven deel hebben, gevoelen we daarom, zoo dikwijls er sprake van Sathan, we voegen er bij, of ook is, 't zij van de engelen, 't zij van God zelf. Ook God behoort niet tot deze wereld. Waar Hij dus van zijnen troon op deze aarde nederziet, rust zijn toorn of zijn liefde allereerst op de wereld, zoodat natuur en menschheid beide zijn misnoegen of zijn gunst ervaren. Eerst daarna op de menschheid in die wereld, om eerst langs dien door Hem zelf gebaanden weg allengs de volken en geslachten, de stammen en huisgezinnen en zoo ten laatste de enkele personen te bereiken. In het leven der wereld wortelt ons persoonlijk h ven. Wij behooren bij die wereld, we zijn er een stuk van. Zij bestaat om ons. Alle krachten der natuur arbeiden rusteloos dag en nacht om den mensch te dienen, te voeden, te kleeden, te onderhouden, licht voor zijn oog en vreugd voor zijn hart te geven. Die samenhang is in de ordening Gods gegrond. De Heere heeft niet eerst eenige werelden gemaakt en toen naar willekeur een dier werelden uitgekozen, om er den mensch op te plaatsen, maar Hij heeft onder alle wereldbollen deze aarde van haar eerste grondslagen op den mensch aangelegd. De aarde zonder den mensch wordt een wildernis. De mensch zonder deze aarde komt om. Daarom deelt de mensch in het leven der natuur en de natuur schikt en wijzigt zich naar het leven der menschen. Als ziekte het vee teistert, zegt een stem daarbinnen ons, dat het vee dit lijdt om de zonde der menschen. Of ook als de donderslag ratelt, dat geheel de natuur beeft en siddert voor het aangezicht des Heeren, dan voelen we dat we tot die wereld en die natuur behooren en lijden we haar lijden mee. Sterker nog komt dit uit zoo we uitsluitend op de menschheid het

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896

Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's

Uit het Woord - pagina 235

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896

Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's