Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit het Woord - pagina 138

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het Woord - pagina 138

Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.

3 minuten leestijd

134 in niet één eeuw van het bestaan der Christelijke kerk is er ooit één enkele verloste geweest, die anders dan uit de verkiezing Gods heeft geleefd, en anders dan in het geloof aan die uitverkiezing den verborgen omgang met zijn God heeft gevonden. Een kind Gods, dat niet aan de uitverkiezing gelooft, is ondenkbaar. De vromen, de godvreezenden, de mannen en vrouwen die voor God en zijn Woord beefden, staan heel de geschiedenis door op denzelfden verschen weg des levens. Hun zielservaring, hoe ook naar den vorm verschillend, was in den grond eeuw in eeuw uit één. Dit gaat ook in onze dagen door. Ge kunt noch zult ooit, noch in de stad uwer inwoning noch buiten haar muren in uw vaderland, noch in de landen van verre, ook maar één enkele onder de bekeerden vinden, wiens geestelijk bestaan, mits ge uw peillood maar uitwerpt, niet in de verkiezinge Gods blijkt gegrond te zijn. Hieruit volgt echter volstrekt niet, dat dit feit der feiten, deze alles beheerschende daad der goddelijke vrij macht, ook bij allen tot klare, welbewuste belijdenis is geworden. Niet één geloovige vormt zijn belijdenis zelf. Dit kan niet, reeds wijl de band waarin Christus ons met zijn Gemeente geplaatst heeft, zich tegen zulk een op zichzelve staande geloofsontwikkeling verzet. Maar ook voor zoover de vriie persoonlijkheid haar recht tegenover het gemeenteleven behoudt, vindt ge in Gods kinderen slechts bij uitzondering die mate van denkkracht en zuiverheid van uitdrukking, die tot het vormen van een eigen belijdenis onmisbaar is. De regel is dan ook, dat we onze belijdenis of van de kerk overnemen, of, waar zij in haar belijdenis bleek gedwaald te hebben, ons de tegen-belijdenis eigen maken, die door een man van geestelijke diepte en scherpe zeggingskracht werd te boek gesteld. Onder zulk een belijdenis leeft men dus, zonder dat het persoonlijk geloofsleven altijd met die belijdenis overeenstemt. Is de belijdenis goed, dan spreken velen haar na, die persoonlijk nog tot geen belijdenis van zonde of genade gekomen zijn. Of ook, is de belijdenis onzuiver, dan blijven velen nog door de macht van haar woord gebonden, ook nadat

de

Heilige

Geest

hen persoonlijk in het zuivere levensspoor

heeft geleid.

Niets is dus gewoner, dan ook op het stuk dat ons thans bezig houdt, de uitverkiezing, de scherpste leerbepalingen te hooren bepleiten door mannen die den Pelagius in het eigen hart nog troetelen. En ook omgekeerd, leeraars en gemeenteleden, de ademtocht van wier u een reuke des levens doet tegenkomen, nog in een gedachtenziel weefsel verstrikt te vinden, dat met de uitverkiezing Het gebed is ook hier beslissend kenmerk.

strijdt.

Kan iemand bidden. Niet den hoorder boeiende samensprekingen met den Koning der koningen houden. Maar bidden. D. i. zóó in

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896

Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's

Uit het Woord - pagina 138

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896

Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's