Uit het Woord - pagina 200
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
196 Gereed in den zin, alsof ze de geestelijke studie dezer belijdenis voor afgedaan zou mogen beschouwen, is onze Kerk ook met het stuk der uitverkiezing nooit. Taak ook der komende eeuwen zal het om de feiten bei van uitverkiezing en schuld steeds juister uit zijn, Gods Woord te constateeren, vollediger uit de ervaring der geloovigen toe te lichten, steeds in juister samenhang met de overige heilsfeiten te plaatsen, en vooral door voortgezette studie der zielkunde meer als waar en onomstootelijk in de levensverschijnselen zelve aan te toonen. Dat de Kerk sinds 1618 meer dan twee eeuwen voorbij liet gaan, zonder een deel van dezen geestesarbeid te voltooien, strekt haar tot oneere, toont de machteloosheid, waarin ze van lieverlee verzonken was en moet ons te scherper spoorslag zijn, om den langgestaakten arbeid weer op te vatten. Wel weten we, dat thans geen kerkelijke indeeling of schifting der geesten naar de belijdenis der uitverkiezing zou te rechtvaardigen zijn. De verdediger der Kerk moet staan op het bolwerk waar de aanval geschiedt, en die aanval richt zich thans op een gansch ander
De Eemonstranten der 16e eeuw voerden nog op den grond van Gods Woord, terwijl dat Woord zelf thans verworpen wordt. Ze beleden, zij het ook op verkeerde wijze, de kracht van Jezus' zoenbloed, terwijl de offerande zelve des onbevlekkelijken Lams thans met spottend hoongelach bestreden en ontkend wordt. Zij ijverdeflL nog met ons voor bekeering en geloofden met deel onzer verdedigingslinie.
het
pleit
aan een mogelijk verloren gaan, terwijl die bekeering thans als overspanning der inbeelding weggecijferd en geheel de quaestie van behoudenis of verderf geloochend wordt. Voor dat verschil der tijden geen oog te hebben, ware al te kortzichtig en onnoozel! Wie nog wanen kan, dat de veste van ons Christelijk geloof veilig is, mits men de Canones van Dordt maar tegen den vijand keere, toont slechts zijn onbevoegdheid om over de worsteling der geesten mee te spreken en is tot optrekken in dien strijd onbekwaam. Slechts zij men even ernstig tegen een overslaan in het andere onze
vaderen
zelve
hoede. Gewoonte wierd het allengs dat de mannen de banier van Christus op het slagveld des geestes droeo-en, of hun meenino; over het feit der uitverkiezing zich voorbehielden, of waanden juist door het te ontkennen sterker tegenover den vijand te zullen zijn. Dit nu kan noch mag. De opstanding van Christus is een feit. Ongetwijfeld, en wie het loochent neemt den grondslag der Christelijke kerk weg. Maar is dan de uitverkiezing soms minder een feit? En zoo een feit, dan soms minder gewichtig? Soms minder dan Jezus' opstanding het fundament waarop de kerk
uiterste
van
op
naam
zijn
die
van
Christus
rust?
En
is
het
loochenen
van
het
ééue
het
dan
geen willekeur, den vijand
om
in zijn laatstcn schuilhoek te verloochening van het andere feit niets feit
volgen, terwijl men zelf in bedenkelijks ziet? Gaat ge veilig, zoo ge optrekkend tegen den vijand,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's