Uit het Woord - pagina 152
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
148
met hun eigen hoog boven het practicale leven met hun fantasieën zweven om de onomstootelijke hindernissen waar die zich tegen de invoering van „gelijkheid" verzetten. te nemen, Toch bezweken ze voor de proef. Sinds welhaast een volle eeuw hebben ze de volkeren het too verbeeld der gelijkheid voorgespiegeld, en de uitkomst van hun pogen is, dat de „ongelijkheid" schier nog stuitender werd dan weleer. Er is geen „gelijkheid." 0/<gelijkheid is de regel des levens in „Gelijkheid"
bestaat
dwepende
stelsel
in de verbeelding van
slechts
wijsgeeren,
die
te
elke orde der schepping.
Er
zijn in het rijk der delfstoffen
edele
metalen.
Er
zijn
in
ruwe en edele steenen, grove en
plantenrijk distels en doornen, maar dierenrijk toont ons wanstaltige, zoo
het
ook fijne keurgewassen. Het kruipende als zwemmende, zoo gaande als vliegende dieren, die afschuw inboezemen en onwillekeurig de hand doen terugtrekken, maar ook dieren van edele bewerktuiging, die ons boeien door hun zang of eerbied afvragen door de kracht en majesteit van hun gestalte. Als aan het firmament, zoo vindt ge het in alle sferen der schepping er zijn zonnen die heerschen, doch ook manen tot den op aarde nederigen wachterdienst geroepen. De heerlijkheid der eene ster verschilt van die der andere ster. De Orion verblindt u door zijn glansen, Ceres brengt haar tanend schijnsel nauwelijks tot het gewa:
pend oog. Wordt nu de levenswet der schepping afgebroken waar ge van het gebied Verliest
der
onbewuste, op dat der bewuste schepping overtreedt ? alles beheerschende wet haar gezag en w^erking, zoo ge
deze
op den mensch? Scherp dient hierbij natuurlijk, zal men ook den tegenstander overtuigen, tusschen tweeërlei verschijnsel onderscheiden. Er is ongelijkheid ook in het menschelijk leven, maar ongelijkheid van tweeërlei aard. Een ander deel der bestaande ongelijkheid is gevolg van 's menschen onschuld. Een ander deel ligt in oorzaken van 's menschen toedoen onafhankelijk. Ge vindt in onze armenwijken arm geborenen en verarmden. Wie beiden onzer éénzelfde gezichtslet
punt zoekt saam te vatten, tuurt vergeefs. Maar uit wat oorzaak ook verklaard, is het of die ongelijkheid, verre van bij de schepping van den mensch te eindigen, in het leven van den mensch eerst recht begint. Immers er zijn niet alleen armen en rijken, in den zin gemeenlijk aan deze woorden gehecht, maar armoe en rijkdom is de schreiendste tegenstelling, die ge nog veel grievender dan op het stuk van stoffelijk bezit, op elk punt des levens terugvindt. Er is ook rijkdom en armoede van geestelijke vermogens: de één een denkkracht en diepte van blik toonend die u duizelen doet, terwijl de ander door de beperktheid van zijn horizon en stompheid van denken u medelijden inboezemt. Er zijn vluggen en tragen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's