Uit het Woord - pagina 145
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
141 eindelijk letters worden een macht, tusschen ons en de waarheid gaat staan. Het woord, die ontzettende macht die voertuig"^ van leven en geestkracht moet zijn, wordt een dood wapen, dat slechts wonden kan. De leugen van 'zulk een ledige denkwereld ondermijnt geheel ons zielsbestaan, en wijl men tot erkentenis van die leugen niet komen kan, blijft men met zijn dooden afgod tobben en worstelen, tot eindelijk het masker van den Farizeër voor goed het aangezicht onzer ziel onkenbaar maakt. We verzoeken daarom een iegelijk die ons opkomen voor de uitverkiezing Gods met leede oogen aanziet, onze artikelen, die we aan deze alles in heerlijkheid te boven gaande daad der A^rij macht wijden, scherpelijk te onderzoeken, of ze uit dezen hoek des doods en der
Yormen, begrippen, woorden en
die
komen. Maar we verzoeken ook een
innerlijke onwaarheid
iegelijk,
die
zich
bij
voorkeur de
Hervormers buiten deze heerlijke belijdenis denkt en nog steeds voortging op onze Dordtsche vaderen met zekere geestelijke zelfgenoegzaamheid te smalen, in de oorkonden der geschiedenis een antwoord op de vraag te zoeken, of zulk een spelen met doode begrippen en aaneenschakelen van levenlooze sluitredenen de bron van hnn kracht
Het
is
geweest.
heeft er niets van.
Niet uit scholastieke liefhebberij, maar in kracht en ernstig verzet tegen dit onwaar geknutsel zijn de helden der Hervorming tegen het halve en heele Pelagianisme opgetreden. Ze waren geboren met een hart zooals wij, met een hart, dat in de hoovaardij van het gedachtenspel en in de evenwichts-proeven van Pelagius van nature een ongemeen behagen had. Hun opvoeding had deze neiging van hun hart niet bestreden, maar gesterkt. Ook Luther, ook Calvijn, hebben als kind de paternoster in de handen gehad en voor de heilige beeldekens op de knieën gelegen. Al wat ze van hun kerk leerden stijfde hen bei in hun scholastieke en werkheilige natuur. Maar buiten die kerk bestond nog een andere macht, een macht die uit den Hooge, in de feiten des levens en in de worsteling des geestes ook op hen aandrong. Die macht bleef hun eerst een geheimzinnige onbekende. Ze stieten haar af. Toch liet ze zich niet afstooten. Hoe dikwijls ook afgewezen, die macht vertoonde zich altijd weer. Die macht greep hen aan, drong in hen, en werd hun meesteresse. Die macht was Leven en Werkelijkheid. Die macht straalde met verwarmenden gloed in de schuilhoeken van hun hart. Ze gevoelden het, ze hadden met een macht te doen, die overweldigend werd, en nu eens het recht, dan de genade, nu eens den raad, dan het leven Gods, nu eens zijn heiligheid, dan de verzoening als wezenlijke krachten tot hen bracht, er hen mee aanstiet, er hen aan onderwierp. Zóó en zóó alleen kwam de breuke met het doode om hen heen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's