Uit het Woord - pagina 245
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
241
ook daarin vasthoudt aan de belijdenis, „dat Jezus een verzoening voor de zonde der geheele wereld," „een Zaligmaker der wereld," „door God in de wereld gezonden," en wiens discipelen „in de wereld moeten zijn" (1 Joh. 4 17). Den sleutel tot de raadselachtige tegenstelling eindelijk biedt de lofpsalm in zijn „Openbaring:" „Nu zijn de koninkrijken der wereld geworden onzes Gods." (Openb, 11 15). Zoowel de" voorstanders als bestrijders eener bijzondere verzoening hebben daarin derhalve misgetast, dat beiden onder het woord „wereld" uitsluitend aan de motsclun gedacht hebben, die op deze wereld leven. Op dien grond leerden de eenen ten onrechte, "dat de zonden, ook de persoonlijke zonden, van alle menschen, die geleefd hebben, leven of zullen leven feitelijk verzoend zijn. Dus ook de persoonlijke zonden van een Judas. En evenzeer zagen de anderen voorbij, dat er in het offer van Christus nog iets grooters ligt, dan de verzoening van de persoonlijke zonden der uitverkorenen, t. w. de verzoening van die zonde, die gemeenschappelijk voor rekening der geheele wereld lag. Beiderzijds werd niet genoeg gelet op de beteekenis van het woord „wereld," d, i. op dat kunstig samenstel, waarin God verschillende wezens, elk naar hun aard en soort, elk met hun eigen levenswet, en onder deze den mensch geschapen had, en dat met al zijn geestelijke en zedelijke schatten, door God den Heere er aan toebetrouwd, te zaam de wereld vormt. Gelijk de boom van verre gezien ons alleen zijn bladeren en bloesems toont, en we niettemin weten, dat ook de schuilgehouden takken, de onzichtbare stam en de verborgen wortel tot zijn geheel behooren, zoo ook is het met de „wereld." Omdat de bladeren en bloesems, dat zijn hier de wenscheu, het meest in het oog springen, heeft men vaak vergeten, dat men uit bladeren en bloesems nog geen boom kan saamstellen, en dat zoo ook de kinderen der menschen op zichzelf genomen nog niet de wereld zijn, maar dat tot die wereld ook behooren, wat bij den boom tak en twijg, schors en merg, vezel en wortel is, d. w. z. die verborgen geledingen, die schuilgehouden schatten die onzichtbare betrekkingen en krachten, die als ware het dat levenskader van ons geslacht vormen, waardoor de enkele individuen eerst tot een eenheid worden saamgevoegd, en dusdoende de hij
is
:
:
menschheid vormen. Is dus voor de verzoening en zaligheid der enkele personen aan het ons geopenbaarde over de „wereld" niets te ontleenen, volgt veeleer uit het geopenbaarde, dat zich de Christen van hetgeen zich thans bij voorkeur „wereld" noemt, heeft af te scheiden, er vloeit tevens uit voort, dat het winnen van enkele zielen nog slechts een deel is van den arbeid der Kerk, en dat ze nog een andere taak heeft, namelijk om dat kader der wereld te behouden. Op den nieuwen 16
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's