Uit het Woord - pagina 255
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
251
•
Hiermee was zijn atnht gesteven. de Zoon Gods, de geprofeteerde, van wien geschreven was zal mijn welbehagen rusten," dan volgde hieruit tevens,
Was hij „Op Hem Hij
dat
de
verordineerde
was,
om
als
Messias
onder
Israël
op
te treden.
den Doop de mededeeling van den Heiligen in gemeenschap te stellen Geest, want die gemeenschap bestond van eeuwig met den en bestaat onverbrekelijk. Ook niet om den mensch Jezus Christus voor zijn persoonlijk leven met den Heiligen Geest te vervullen, want zich den mensch Jezus Christus, ook als kind, een oogenblik buiten de gave des Heiligen Geestes te denken, is Hem lager te stellen dan Johannes den Dooper. Neen, maar ter mededeeling aan den Christus, als Messias, van die ambtelijke volheid des Heiligen Geestes, waardoor zijn persoon tot een woonstede van den Geest werd. We ontkennen daarom niet, dat ook voorts het leven van den Christus een leven in strijd en worsteling was, maar beweren, dat de geestelijke strijd na den Doop niet ontwikkeling van den persoon des Heeren bedoelde, maar plaatsbekleedend voor ons was. De strijd aanstonds door de verzoeking ingewijd is niet meer een worsteling, waardoor het orgaan der menschelijke natuur zich in breeder vatbaarheid zal ontplooien, maar eea strijd, die door den Messias, als Hoofd der nieuwe menschheid, in onze plaats doorworsteld is, en juist daarom een karakter draagt, dat hij voor Jezus' persoonlijke ontwikkeling nooit kon dragen, t. w. het karakter van
Daarom
Geest
heeft tevens
Niet Heiligen
plaats.
bij
om den eeuwigen Zoon
verzoeking
Indien het dan waar is, wat als vermoeden in uw ziel geworsteld heeft en nu door de stemme uit den hooge bezegeld is! Indien gij dan de Messias zijt, maak uit die steenen brood, werp u van de tinne af, kniel voor mij neer! ^)
Indien gij
1)
de
De voorstelling
Doop, voor zoo veel
Zone
Gods
zijt!
in
artikel
gegeven,
zijn
dit
menschelyk bewustzijn
dat de
mensch Jezus
betreft, de zekerheid
eerst by
den
ontving dat
We
leiden hieruit af, dat er in onjuist gezegd was. Niet ter wille van menschen, maar uit onvoorwaardelyken eerbied voor de hoogheilige persoonlykheid des Heeren, nemen we dit onjuiste, zonder aarzeling, terug. Ter voorkoming van misverstand voegen we hier nog slechts aan toe, dat naar onze voorstelling: 1. de Middelaar God van eeuwigheid was; 2. geen oogenblik ophield God te zijn; 3. reeds door zyn moeder moest weten dat Hij de Zoon des Vaders was, en 4. dat het verschil alleen hierover liep, of de Heer van mensch af als kind het volle bewustzijn van zijn God-
Zone Gods was, heeft aanstoot gegeven.
Hy
de
die
voorstelling
iets
heid met zich omdroeg. Hierop nu meenen we te mogen antwoorden: a. als Kindeke op Maria's schoot ontbrak Hem dit menschelyk bewustzyn; h. later had Hy het volkomen; c. er moet dus ergens in zijn leven een oogenblik liggen, dat dit bewustzijn klaar doorbrak; cl. reeds op twaalfjarigen leeftijd sprak dit sterk in Hem; e. volkomen sinds den Doop. Dit laatste is in het artikel te sterk op den voorgrond getreden; het voorafgaande te weinig in het oog gehouden. Hierin lag de feil.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's