Uit het Woord - pagina 160
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
156 oordeeld.
heiligen volstrekt
Wie waagt het dan dit zondige over God? Ze wordt dan ook door wat we
te
brengen op den
zien en
waarnemen
Immers,
in het onderling verband dat we tusschen de geesten van verschillende orde en tiisschen de geesten met uiteenloopend talentental zien geboren worden, ontdekken we geen chaotische vervorming, maar kunstige orde en regeling. De geschiedenis uitgesloten.
lezende begrijpen
we uitnemend waarom Paulus
niet in de dagen van de dagen van Serubbabel geboren werd, en evenzoo, waarom niet Petrus te Tarsus, Hosea niet in Babyion, Daniël niet in Jeruzalem arbeidde. Evenals de loop en stand der grootere en kleinere starren, toont ook de loop en stand van elk der geesten die God de Heere verwekt heeft, een zoo verbazing wekkende grootheid van plan, dat we, ondanks onszelven, ook bij het lezen der geschiedenis den uitroep niet onderdrukken kunnen: „o. Diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennisse Gods! hoe ondoorzoekelijk zijn zijne oordeelen en onnaspeurlijk zijne wegen!" Welbehagen, vrijmacht, uitverkiezing beteekent slechts, dat de oorzaak der onderscheiding niet luiten God, maar in God ligt. Het beduidt, dat de Heere van leven en dood bij deze bepaling aan niets buiten zich maar aan zichzelf gebonden is. Het spreekt uit, dat geen duizendste deel, ja volstrekt niets van dit ver reikend verschit uit ons eigen hart of de levensuiting van anderen kan verklaard Avorden, maar eenig en alleenlijk afhing van het Wezen Gods. Dit zegt natuurlijk niets, zoo men het Wezen Gods in een klank of naam laat opgaan, of van den hoogen God alleen spreekt, als van een vjtzenlooze laatste eindoordzaak der dingen. Maar wie een God aanbidt als Vader, Zoon en Heiligen Geest wie belijdt dat het hoogheilig Wezen deugden en eigenschappen heeft, wier uitnemendheid al ons denken te boven gaat, neen, die zal niet zeggen: „Hiermee is niets verklaard !" maar slechts in stillen ootmoed belijden, dat hiermee een verklaring is aangewezen, die onze naspeuring ontvlucht. Kenden wij het Goddelijk Wezen in zijn innerlijk verborgen bestaan even nauwkeurig als we de stoffen der natuur kennen, de verklaring van dit welbehagen zou voor ons naakt en geopend liggen. Maar nu het schepsel niet anders kennen kan dan ten deele, nu het hoogheilig Wezen zelfs voor de kinderen des Koninkrijks een mysterie der aanbidding blijft, nu we den Heere der hceren slechts uit zijn openbaring en zijn werken kennen, en nooit, achter deze, tot in de diepten van zijn goddelijk zi.tn, d. i. in zijn Jehova-naam kunnen doordringen, nu is Welbehagen natuurlijk de laatste mijlpaal, waartoe onze kennis voort kan reizen, niet wijl geen weg daarachter ligt, maar wijl die weg ons niet is ontsloten. Vrijmacht Gods, ziedaar dus het laatste woord, waarin niet alleen de verklaring van het yccsUdijk, maar evenzeer die van het natuurlijk leven haar rustpunt vindt. Met dit feit dient gerekend. Niet om met
Noach,
David
niet
in
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's