Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit het Woord - pagina 142

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het Woord - pagina 142

Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.

2 minuten leestijd

138 had, keert ze uit geestelijken nood terug tot de vastigheid der eenwige verkiezing, die alleen kracht ter bezwering van den dood bezit. Intusschen, daartoe komt het niet opeens. Langen tijd beproeft men nog, om door gebod op gebod en regel op regel de uitkomsten van het pelagianisme een zekeren glimp

geven.

te

Mislukt dit, dan zal men in allerlei gnostiek, mystiek en theosophie den tweesprong, waarvoor men geplaatst staat, zoeken te ontwijken. En eerst als ook deze hulpmiddelen tot het laatste toe doelloos zijn gebleken; als het alles de kwaal nog blijkt te verergeren; als de verwarring ten top stijgt en de nood, de doodelijke nood om er aan te ontkomen, niet slechts aan den man, maar aan de ziel komt: dan breekt Gods Woord door en ontvangt de wereld het met blijdschap. Zoo was het voor de Hervorming. Eerst wilde men van geen uitverkiezing weten. Toen de eerste sporen van gevaar zichtbaar werden, sloeg men over .

tot werkheiligheid.

Toen

daardoor

juist

het

gevaar klom, zocht

men

heul in mystiek

en theosophie.

En lao;

en

eerst

de

toen niets meer baatte, en geheel de kerk onderst boven het niet meer kon uithouden, toen werd de fontein

ziel

der vrije genade geopend en niemand zei: „Wat is die uitverkiezing diepzinnig!" maar elke vrome van gemoed dankte den hoogen God, dat hij weer van uitverkiezing hoorde. Zou het zoo ver ook thans moeten komen?

IV.

SCHOLASTIEK EN LEVENSERNST. Mijn raad zal bestaan en Ik zal al mijn 10. Jes. 46 welbehagen doen. :

Dat het krachtiger deel der Christelijke wereld tegen den uitgang der 15de eeuw weer naar uitverkiezing vroeg, en dat door de krachtige geesten onder onze Hervormers aan die behoefte voldoening werd geschonken, is een daad Gods, die uit het rijk zijner krachten in de gemeente gewerkt

Met

is.

stelselzucht en scholastieke liefhebberij heeft het diepe geestes-

leven der Hervorming de schaduw zelfs niet gemeen. De Hervormers waren, we verhelen dit allerminst, zoomin heiligen als de zonen onzer eeuw. W^ie de oorkonden hunner levensgeschiedenis opslaat, vindt zich

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896

Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's

Uit het Woord - pagina 142

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896

Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's