Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit het Woord - pagina 18

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het Woord - pagina 18

Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.

2 minuten leestijd

14

Och neen! Ze waren zelfs uit de betere kringen van het beste volk

ter

wereld

gesproten.

Ze

hadden

in

de

groote

keuze,

tusschen

de

eere

Gods en den

dienst der wereld, zelfs gekozen voor Jehovahs naam. Aan vromen zin schortte het den Farizeën niet.

Hun ontzag voor de heilige overlevering, voor Mozes' wet en haar uitlegging was zelfs onbegrensd. Tegen de Sadduceën streden ze uit ijverzucht voor de heiligheden huns Gods. Tegen de

Herodianen namen ze het op, uit ijverzucht voor de heiligheden van Israëls nationale leven. Tegen de Esseërs ging hun woord uit ter keering van dweepzucht en

geestdrijverij.

Men

zie

wel toe

dan heeft men

de Farizeën uit Jezus' dagen begrepen, zoo de mogelijkheid heeft ingezien, van zelf zulk een Farizeër te worden, en dus de kiem van deze onheilige planting ontdekt heeft in zijn eigen hart. Eerst

men

Er niet hij

ligt

zooveel in hetgeen zoo vaak herhaald is: De Farizeër wordt dan bij het heilige Gods. Slechts in vrome kringen is

geboren denkbaar.

Kan dit bevreemden? Weet ge wanneer wel? Als men de

heilige beloften

Gods

tot

op

een onkenbaar deel doet slinken; als men den diadeem van Gods kindschap schier al zijn peerlen rooft Te meer nog, zoo deze verkleining van de „erfenis der heiligen" zich paart aan een stelselmatig afdingen op den eisch der volkomen zelfvernietiging, die boven de poort des levens gegrift staat! Maar anders, neen, dan zijn de toezeggingen aan het kind des Koninkrijks zoo hoog, en is de zelfvernietiging, die eisch des geloofs blijft, zoo onpeilbaar diep, dat de strijd niet kan uitblijven, en het gevaar van spelen met het heilige ieder uur dreigt. Men neme het, toch eens met ernst. In het geloof werpt de zondaar zichzelf weg, hij acht zich een niet, en minder dan niets. Als schepsel reeds een stofje aan de weegschaal, maar door zijn zonde zelfs aan die waarde nog ontzonken. Maar nu, zie Over die zichzelf wegwerpende ziel gaat een scheppings woord, het scheppingswoord des Geestes, het hoog gebod der wederbaring uit, en door die scheppende sprake der eeuwige Ontferming wordt dat niets, niet maar een iets, maat schier alles, alles bezittend, alles ervend, alles beheerschend !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896

Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's

Uit het Woord - pagina 18

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896

Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's