Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit het Woord - pagina 90

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het Woord - pagina 90

Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.

3 minuten leestijd

86 een apostolos wordt genoemd, dan kunnen we niet met verwijzing naar deze Schriftplaatsen het minste is gewonnen. Afzonderlijke bespreking eischt dan nog slechts het geschrevene in Handelingen 14 14, waar Barnabas en Paulus apostelen heeten. Tot recht verstand van deze plaats lette men op het verhaal in in

het

inzien,

Grieksch

dat voor het voortdurend Apostolaat

:

Hand.

13.

In de gemeente van Antiochië, zoo lezen we, waren eenige profeten en leeraars, waaronder ook Barnabas en Saulus. In een tijd nu, dien de gemeente in gebed en vasten doorbracht, drong haar de Heilige Geest deze twee mannen uit te zenden en af te zonderen voor het werk waarvoor de Heere ze geroepen had. Men lei hun de handen op en liet ze gaan. En nu volgt, vs. 4 „Dezen dan uitgezonden, tot gezanten gemaakt door den Heiligen Geest, kwamen af tot Seleucië." Hieruit zien we dat ook de Heilige Geest, in zijn werk der toebrenging tot afzonderlijke landen en volken werktuigen uitverkiest, die, na de wijding der Gemeente ontvangen te hebben, niet voor de geheele gemeente van Christus, maar door een enkele plaatselijke gemeente worden uitgezonden, om als gezanten, d. i. Apostelen in die landen en onder die volken op te treden. Zoo heeft de Kerk van Christus steeds dit zendingsapostolaat van den Heiligen Geest' verstaan. Geheel het wezen onzer Zendingzaak onderstelt deze zienswijs, en zoo dikwijls de Kerk sprak van Bonifacius, den Apostel der Duitschers, van Ansgar, den Apostel der Nooren, of van Cy rillus, den Apostel der Moraviërs, is nooit een gelijkstelling met het Apostolaat van den Zoon bedoeld, maar een daaraan ondergeschikt Apostolaat van den Heiligen Geest. Uitdrukkelijk heeft de Heere zelfs in zijn Hoogepriesterlijk gebed scherp onderscheiden tusschen de Hem gegeven, voor en door Hem uitverkoren jongeren, en alle overigen, die door hun woord in Hem gelooven zouden. Zelfs waarschuwt èn Paulus èn Christus zelf tegen hen, die voorgeven dat zij Apostelen zijn en zijn het niet. Zoo Paulus in 2 Cor. 11 13, waar hij schrijft: „Want zulke valsche Apostelen zijn bedrieglijke arbeiders, zich veranderende in Apostelen van Christus." Evenzoo de Heere zelf in zijn Zendbrief 2 „Ik weet dat gij beaan de gemeente van Efese, in Openb. 2 proefd hebt dengenen die uitgeven dat zij Apostelen zijn en zij :

:

:

:

zijn het niet."

Uitdrukkelijk geeft daarom Paulus ook de merkteekenen aan, waaraan de ware Apostel kan herkend worden. Eerst in 1 Cor. 9:2: „Indien ik ook anderen geen Apostel ben, nochtans ben ik het ulieden, want gij zijt het zegel van mijn Apostelschap in den Heere." En naast dit zegel, bestaande in de stichting van nieuwe gemeenten, plaatst hij in 2 Cor. 12 12 vier andere kenmerken: „Want de :

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896

Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's

Uit het Woord - pagina 90

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896

Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's