Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit het Woord - pagina 89

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het Woord - pagina 89

Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.

3 minuten leestijd

85 bewijst dat eer van Collectanten dan van Apostelen sprake is. de Heere zelf is te dezen opzichte onze getuige èn door wat Hij zelf sprak èn door wat van Hem gebezigd wordt. Zelf zegt Hij, „dat een gezant niet meer is dan die hem gezonden heeft," wederom letterlijk het woord apostolos voor gezant gebruikende; en van Hem wordt in den brief aan de Hebreen gezegd, „dat Hij is onze Apostel en de Hoogepriester onzer belijdenis." (Hebr. 3 1). Voor de verklaring van het laatste woord verwijzen we naar Jezus' uitspraak, Joh. 20 21 „Gelijkerwijs Mij de Yader tot Apostel gemaakt of gezonden heeft, zoo maak ook Ik u tot Apostel, of zend Ik ook u." Het wezen der zonde heeft het goddelijke gescheiden van ons hart. Dat goddelijke leven (hetzij in woord of kracht) kan derhalve niet tot ons raken, of het moet tot ons komen; ten welken einde het door Hem die dit leven heeft, tot ons moet gezonden worden. Zoo zond de Heere zijne profeten, en voor hen Mozes en Aaron voor hun aangezichten henen. Zoo is ook de komst van Christus een zending meer nog de zending Gods en wijl het een zending in een levende persoonlijkheid is, die niet slechts het goede boodschapt, maar die de boodschap des vredes in zijn eigen persoon belichaamt, is Hij de Gezant, de Apostel bij uitnemendheid. Het verband in Hebreen 3 eischt dit. In de beide eerste hoofdstukken is gesproken over Jezus' middelaarschap, en wel van twee zijden. Er is een middelaarschap van het Woord God heeft tot ons gesproken door zijn Zoon. Dit vormt den hoofdinhoud van het eerste kapittel. Maar er is ook een middelaarschap „van den oversten Leidsman der zaligheid, die door lijden moet geheiligd worden," Hierop wijst het tweede hoofdstuk. En nu in den aanvang van het derde hoofdstuk, samenvattend wat gezegd was, gaat de schrijver voort: „Hierom, heilige broeders, die der hemelsche roeping deelachtig zijt, aanmerkt Hem, die tegelijk Apostel en Hoogepriester onzer belijdenis is." Wil men derhalve in algemeenen zin den naam Apostel leenen aan allen, die van Gods wege, uit oorzaak van de door de zonde gemaakte scheiding, tot ons hart worden gezonden, dan is hiertegen geen de minste bedenking, mits men in het oog houde, dat dan ook de engelen (ook de naam engel, Mal'eah, beteekent „bode" „gezant,") ook de Profeten, ook Christus, ook de Heilige Geest, ook de Opzieners en Evangelisten onder dezen algemeenen term te begrijpen zijn. Overigens is het bewijs aan den Corinther brief ontleend reeds daarom te wraken, wijl Paulus vooraf wel terdeeg in den eersten persoon spreekt, waaruit blijkt dat men alle recht mist, om de woorden „ons, de laatsten der Apostelen" ook op Sosthenes te doen slaan. Voegt men hierbij, dat de man die door de ééne gemeente naar de andere werd afgevaardigd, in zijn hoedanigheid van gezondene, bode en gezant liang

Ook

:

:

;

;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896

Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's

Uit het Woord - pagina 89

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896

Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's