Uit het Woord - pagina 244
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
240
Met
waar, al naar ge het nemen wilt. Naar de aanschouwing der oogen is die eik die gevelde boom. Voor het oog dat dieper ziet, met het leven rekent en in de toekomst gluurt, zit uw eik in dien levenden wortel, üw toeleg was den eik te behouden, want ge hadt den eik lief en gaaft er uw beste krachten voor, dat is u gelukt, uw eik leeft. En toch, ge hebt de bijl aan zijn stam gelegd, uw oordeel ter afhouwing is over hem gegaan en straks gaat uw woord „Zaagt den eik in stukken en werpt hem als brandhout in het vuur." Brengt dit op de wereld over. De wereld is ook zulk een prachtige boom, door God geplant ter plaatse waar Hij zulks begeerd had. Die wereld w^'d krank, krank in haar levenswortel en daarom kwijnend in stam en kroon, in blad en bloesem. Toch had God die wereld wijl ze een planting van zijn welbehagen was. Hij heeft die lief, planting der wereld lief en wil ze behouden. Om ze te behouden geeft Hij den arbeid zijner teederste liefde. Niet om eiken tak of twijg,
om
Zoon vóór
het leven der planting is het Hem te doen, Hij geeft zijn het leven der wereld. En zijn raad bestaat. Door den Zoon
den levenswortel der wereld de kanker genezen, het leven maar niet gelijk weer kan de eik der wereld opbloeien, Ook hier moet eerst de bijl aan den stam gelegd. De hij daar staat. opgeschoten stam moet ook hier van den wortel gescheiden en het oordeel der wereld komt. Stam en tronk worden door de scherpte des woords vanéén genomen, en nu hebt ge twee plantingen. Eenerzijds den levenden tronk, die ter plaatse waar God het begeerd heeft in den bodem met zijn vezelen dringt, en die door nieuw schot straks tot een heerlijken stam zal opgaan. Maar ook anderzijds den ouden afgehouwen stam, die geoordeeld ter nederligt en gedoemd is ten vure. Wat wilt ge nu de wereld noemen? Dien levenden tronk, die uitschiet op zijn wortel, of dien geoordeelden stam, die bij gemis aan levenswortel sterven moet? Beide is natuurlijk denkbaar. Uit den levenstronk in Christus komt straks een nieuwe wereld te voorschijn, die in heerlijkheid zal uitstralen. Maar ook de oude wereld die tegen Christus koos, ligt er nog en blijft voor zichzelve den naam van wereld handhaven. Die naam wordt haar gegund. De nieuwe wereld die op den levenden tronk zal opschieten ontvangt den hooger naam van het Koninkrijk Gods, en zoo komt het, dat in eenzelfde Evangelie kan gezegd worden: God heeft die planting der wereld lief, voor die wereld geeft Hij zijn Zoon, het is Hem alles waard het leven der wereld te behouden, en straks, nadat het oordeel over den stam is gegaan, dat die wereld verworpen is, dat Hij voor die wereld niet bidt, tot een oordeel over die wereld is gekomen. Hieruit verklaart zich tevens hoe dezelfde Johannes in z^jn apostolische zendbrieven schier uitsluitend van de ^vereld in kwaden zin kan spreken, getuigende „dat de wereld in het booze ligt" en „dat de wereld voorbijgaat met al haar begeerlijkheden." Zoo echter, dat wordt
in
hersteld,
—
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's