Uit het Woord - pagina 119
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
115
De Gemeente staat niet buiten, maar in de wereld. Ze is van die wereld niet hermetisch afgesloten, maar alle deuren en poorten van haar heiligdom staan in alle richtingen naar het centrum der wereld open. Erger nog, ze verkeert niet als een kolonie op het erf der wereld, maar is door haar eigen leden op het innigst met het leven der wereld vervlochten. Ze staat, voor zooveel haar leden betreft, met die wereld in gemeenschap, door haar gedoopten maar nog niet geroepenen, door haar geroepenen maar nog niet ontwaakten, door haar wedergeborenen maar nog niet bekeerden. Ja zelfs hierbij mogen we niet staan blijven: ook in de wedergeborenen is het lichaam des doods en der zonde, is de natuur buiten Christus nog een macht der wereld in haar eigen leven. Voeg daarbij dat ook de uitwendige lotgevallen der Gemeente door den loop der wereldgebeurtenissen beheerscht worden, alsook dat het leven harer leden geheel onder den invloed staat van hun* uitwendig levenslot, en het vereischt geen betoog meer, dat ook over de wereld een macht moet heerschen, die de Gemeente ten doel kiest. Geheel onderscheiden daarvan is het wekken en regeeren van het nieuwe inwen/Hge leven, dat der Gemeente eigen natuur is. Het werk in het hart der leden, de zegening der genadegeestelijk midclelen, de toebrenging der geroepenen, de vastmaking der verkiezing, de verzegeling der uitverkorenen, het geven van den wasdom, het sterken tegen aanvechting en het toereiken van den beker der innerlijke, volzalige vreugde in den verzoenden en wedergevonden God, zijn altemaal werkingen, dip een eigen levenssfeer vormen, van der Gemeente uitwendig lo-t geheel verschillend. Beide deze levenssferen nu staan onder Christus' koninklijke
—
heerschappij als
Christus regeert de Gemeente zoowel wat haar uitwendig levenslot wat haar inwendigen wasdom aangaat. Edoch beide op zeer onder-
scheiden manier. De uitwendige beschikking over de Gemeente gaat onmiddellijk^ haar inwendige levensbeweging niet dan middellijk van den Christus uit. Uitwendig leidt de Heere zijn Gemeente zelf, door eigen machtsbeschikking. Inwendig bewerkt Hij zijn Gemeente nooit dan door den Heiligen Geest. De Heilige Geest dient den Zoon in de inwendige geestelijke bearbeiding der Gemeente. Hij, de Heilige Geest, is het die ons toeeigent wat we in Christus hebben, die ons verwekt, ons wederbaart en verlicht; die door het Woord de vruchten in ons uitdrijft, ons bezielt en verzegelt. Hij blijft, wat de Gemeente door alle eeuwen beleed de Spiritus Creator, Ecclesiae Doctor et Consolator! „Herschepper, Leeraar en Trooster zijner Kerk! Altijd zoo echter, dat de Heilige Geest niets doet dan den Zoon verheerlijkea, wat Hij schenkt uit den
—
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's