Uit het Woord - pagina 243
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
239 moedio;eii
nu
:
„We hadden
gehoopt, dat deze Israël verlossen zou, maar
ziel."
„Mijn raad zal bestaan en Ik zal al mijn welbehagen doen" is zijn Het gaat den Messias gelijk het Hem vergaat, wijl Hij daartoe van den Yader verordineerd is, en derhalve opdat de Schrift zou vervuld worden. Des Zoons spijze is, niet zijn wil te doen, maar den wil des Vaders. Niemand kan tot Hem komen tenzij hij van den Yader getrokken worde. Die tot Hem komt is Hem van den Vader gegeven. Hij heeft onder de kinderen der menschen zijn schapen, en die schapen hooren met onfeilbare zekerheid zijne stem en komen tot Hem. Van degenen die Hem de Vader gegeven heeft, kan niemand verloren gaan, want niemand kan ze rukken uit de hand zijns Vaders. De Zoon des menschen gaat heen gelijk van Hem o-eschreven is, en wetende dat nu alles vervuld was wat van Hem geschreven stond, riep Hij met luider stemme: „Het is volbracht!" Dit stemt ieder toe. In zulk een geloofsleven, in zulk een levensbeschouwing is de gedachte zelfs aan mislukte proefneming een ongerijmdheid. „Die niet wedergeboren is uit water en geest, kan het^ Koninkrijk Gods zelfs niet zien." Van de weinigen, die Hem aanhingen met trouw en volhardend geloof, betuigt de Christus .-lau den Vader: „Ze waren uwen en Gij hebt ze Mij gegeven." De verklaring moet dus elders liggen. levensleus.
Een beeld strekke ter opheldering. Een zware eik is prachtig met zijn loover opgeschoten ter plaatse, waar gij zijn lommer hadt begeerd. Maar de wortel is aangetast. In levensvezelen verkankerd begint de eik te kwijnen. De schors verliest haar levenskleur, de toppen der twijgen verdorren, de bladvorming wordt zwak, de vrucht blijft klein en wordt onooglijk. Toch hebt ge dien boom lief, toch wilt ge dien boom behouden, toch wilt ge moeite en tijd voor het behoud van dien boom ten diepste
zijn
beste
geven.
Ge
peinst
kanker in den wortel
en
zint,
te stuiten.
en ja ge vindt het middel
Het kwaad wordt
om den
uit de wortelvezelen
weggenomen, dat ze weer met volle zuigkracht het levenselement uit den bodem kunnen optrekken, uw eik is gered. Maar hoe? Zie, straks komen de houthakkers en ze kappen den stam bij den wortel ze scheiden wat niet langer bijeenhoort, den verstorven stam van af, den levenden wortel, en eenerzij ds zit daar nu in den bodem, ter plaatse waar zal
gij
uitstooten,
het begeerd hadt, de levende tronk, die weer scheuten een stam en kroon vormen zal en door de rijke ont-
van den wortelstok u in veel korter tijd weer den ouden boom, maar nu krachtig en gezond, bloeiend en prijkend zal teruggeven; maar ook ligt daar naast den tronk de oude stam, de boom die geveld werd, het zware hout met zijn kroon en takken. Wat noemt ge nu den eik? Wat noemt- ge nu uw boom? Is nu uw eik de tronk die daar in den bodem zit, of de stam die ginds op den grond ligt? wikkeling
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's