Uit het Woord - pagina 64
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
60
van
de
onwedergeboren
natuur
letterlijk
alles,
want kortweg moet
betuigd, dat vleesch en bloed het Koninkrijk Gods niet beërven zullen Cor. 15 50), dat het spijs 7ioch drank is (Eom. 14 (1 17) en zelfs zich niet naar het tweeslachtig gebied der klanken laat neer:
:
want dat het Koninkrijk Gods niet gelegen is in woorden 4 20). Scherp en duidelijk loopt dus het dubbel spoor uiteen. Het Koninkrijk dat nog komen moet, is met uitwendig gelaat, met den glans der krone, stralend in eeuwig diepe heerlijkheid. Het Koninkrijk dat er is, binnen in den mensch, is slechts voor den ingewijde waarneembaar, en verschilt in geaardheid van het leven dat de wereld leeft. Toch were men misverstand. De tegenstelling mag niet zoo opgevat, als ware het geestelijk karakter kenmerk wel van het Koninkrijk dat er is, maar niet van het Koninkrijk dat komt. Integendeel. Geestelijk blijft zijn aard, maar nu derft dat geestelijke nog zijn uitstraling in het zichtbare. Tot symbool heeft het hier nog het kruis, ontvangt het daar eerst de trekken, (1 Cor.
:
kroo)i.
En evenmin
geve
men
de voorstelling ingang, alsof het Koninki-ijk niet waarneembaar zou zijn, een dwaling, waarin men zoo licht vervalt door de valsche teffenstellino- van uitwendig en inwendig Koninkrijk. Slechts zooveel is met de onzichtbaarheid van het reeds gekomen Koninkrijk uitgesproken, dat de schoonheid dezer wereld geen voertuig voor zijn heiligheid kan zijn, dat het deswege achter den schijn dezer wereld schuilt en slechts waarneembaar is voor dengene, wiens oog door dien schijn leerde heengluren. Het is van belang hierop te letten. Immers, houdt ge niet onverbiddelijk vast aan een feitelijk nu reeds op aarde bestaand Koninkrijk van Christus, dan verlokt men u, eer ge het weet, om voor dat Koninkrijk „heerschappij" te schrijven, en in plaats van den Christus u „zijn geest" te denken. Van de „heerschappij van Jezus' geest" tot zeker „veld winnen van geloof, hoop en liefde" is de schrede nauwelijks waarneembaar, en uws ondanks hebt ge uw Christelijke belijdenis uitgewisseld voor afgetrokken begrippen van deugd. Zoo went de geest er aan, om het Koninkrijk van Jezus steeds in oneigenlijken, steeds in overdrachtedat
komt
wèl^
dat
er
is
zin op te vatten; dit ook te doen waar die overdrachtelijke eenvoudig onzin wordt, en ten leste zelfs in de Apocolyptische redenen des Heeren een tegenscbriftuurlijke vergeestelijking toe te laten, die werken moet, wat ze in de Gemeente allengs had gewerkt; een volkomen afsterven aan de hoopvolle verwachting van Jezus' wederkomst op de wolken. Dit mag niet. Tegen zoo verregaande misleiding, tegen zoo slinksche ontfutseling lijken
zin
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's