Uit het Woord - pagina 20
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
16
den eeuwigen dood Dreigt dan van weleer slechts spel bij was? !
een gevaar,
niet
waar
alle
vreeze
Gij dat alles Gij, die geroepene, die gezalfde, die gekroonde Gij „een, die met uw stem verdoemen, die oordeelen, die heerschen zult!" Alles om uwentwil zwichtend, voor u wijkend, om uwer ziele wil !
I
met dien ban der machteloosheid belegd! Als een satan in hoovaardij te worden: ligt het niet voor de deur, waar zulk een woord in de ziel dring-t? En bleef het bij dat woord nog maar Maar neen. De ervaring bevestigt het. Er vaart een moed in de ziel, die dusver ongekend was. De tong raakt los. De begripskracht schijnt verdubbeld. De eerste ledige gedachtenwereld wordt al dichter bewoond. De mysteriën ontsluiten zich. De vragen des levens grijpen aan, die vroeger dof lieten. Ook nu staart het oog naar het firmament van den hemel der hemelen, maar het is of van een sterrewacht en niet meer van de aarde, het of met gewapend oog en niet meer met een doelloos staren, die is blik in de hemelen dringt.
De De
ervaring bevestigt het. feiten toonen het, dat elke macht op aarde, dat alle woeling en wending, dat de machtigste gebeurtenissen zelfs, zich schikken om het leven onzer ziel, alsof ze van God slechts verordend waren, om ons dien zegen te brengen van onzen God. Eertijds in het groot geheel van Gods Voorzienigheid slechts een trillende stip, is het nu of de eigen ziel een middenpunt geworden is, waar om alles zich
en in van God bepaalden cirkelloop zich slingert. Het geheim wordt ontdekt, dat Gods eeuwige Voorzienigheid
kreitst
elk
leven geroepene wel beurtelings als een klein raderke in het machtig geheel laat meêwentelen, maar ook beurtelings ten spil voor alle raderen saam stelt. Het oog gaat er voor open, dat in Gods ten
schepping de enkele in het al verdwijnt, maar ook het al enkele is. Zelfs in het eerst verspeelde leven merkt de ziel, bij terugblik op het verleden, diezelfde altijd bezige, op haar alles richtende, voor haar immer zorgende liefde van haar God geestelijke
om
den
En dan toch nederig te blijven! Dan door die volheerlijke belofte te
tot
stille
nederigheid genoopt
worden
Dan door zulk een gedreven te worden
ervaring
naar
dieper
Dan
diepte der nederigheid
nederig, niet in het kleed maar in het hart, niet in het gebed maar ook in het verborgene daar binnen te zijn! Nederig voor God, zeer hoog en heilig Maar ook voor den mensch,
alleen,
!
wiens jidem in Is
neusgaten is het niet schier onmogelijk? zijn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's