Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit het Woord - pagina 25

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het Woord - pagina 25

Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.

2 minuten leestijd

31 VI.

DE ZIELSGEVAREN VAN HET AMBT. Dat niet iemand verachtere van de genade 15. Hebr. 12 Gods. :

Het sterkst dreigt dit gevaar der veniitwendiging voor den prediker, den leeraar, den onderwijzer, den evangelist, kortom voor allen, die krachtens ambt of aanstelling tot bespreken van het heilige geroepen worden.

Het gevaar, waaraan derzulker ziel is blootgesteld, kan niet ernstig genoeg geducht, zoo voor hen zelf als voor den kring, welks geeste-

hun is toebetrouwd. denkbeelden, door het volk van het ambt gekoesterd, gaan meestal buiten de werkelijkheid om. Men waant ter goeder trouw, dat een, wiens levensroeping in het heilige Gods ligt, daardoor reeds dien God naderbij, dieper in zijn gemeenschap ingeleid en meer een man des innigen gebeds en des stillen geloofslevens zijn moet. Yroeger althans werd de wensch, dat een geliefde zoon het predikambt mocht kiezen, niet het minst uit de hoop geboren, dat er geen veiliger, vaster weg tot het Godsrijk openstond, dan door de poorte van het ambt werd betreden. Het verkeeren in het heiligdom moest den man heiligen, die het altaar bediende en van het altaar leefde. Zeker kon ook langs deze paden des levens de zonde binnensluipen, maar dit kwaad, aan alle menschen gemeen, daargelaten, liet zich geen levenskeus denken, die meer van zelf een keuze ten leven worden moest. Een deel waarheid ligt er ook in deze voorstelling. Aan menigen weg der zonde wordt men van zelf door het ambt ontwend. Menig pad der verzoeking, dat men voor anderen voorbedachtelijk opent, sluit men voor den man der bediening even opzettelijk toe. Wie in het ambt verkeert, ziet de menschen zelden in hun onbeteugelden lust. Met het ambtskleed is een bedekking tegen menigerlei verleiding om de lendenen gegord. De meerdere kennis mag daarbij vooral niet vergeten. We bedoelen niet de kennis der talen en der wijsbegeerte, maar de kennisse van den geestelijken achtergrond der dingen, de verborgen wijsheid des eeuwigen levens, de kenisse Gods. Ook deze kennis wordt slechts door arbeid des geestes en in het zweet der ziele verworven. Ze komt niet van zelf. Wèl daarom den man, wiens levensdag nu en morgen aan die studie des geestes kan gewijd zijn! Wordt den gewonen mensch slechts een kort, een vluchtig oogenblik, aan handenarbeid ontworsteld, voor dien arbeid des geestes gelaten, hier is een dag, hier zijn dagen, hier is een levensjaar, hier is een leven van jaren lijke leiding

De

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896

Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's

Uit het Woord - pagina 25

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896

Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's