Uit het Woord - pagina 196
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
192 over de verborgenheden van het goddelijk Wezen de uitdrukkingen, voorstellingen en zegswijzen te bezigen, die aan den regel van ons leven ontleend, o. a, ook door den tijd bepaald zijn, en in een verleden, heden en toekomend uiteenvallen. Yan vreesachtigheid voor een bedenkelijke uitdrukking vindt ge noch bij de Profeten noch bij de Apostelen een spoor. Ze spreken tot den mensch in menschevormen, gelijk de menschelijke aard dit eischt. En hierin juist lijke bestaat hun uitnemendheid, dat ze in dat gebrekkige en betrekkelijke van ons denken en peinzen dat eeuwige, goddelijke, heerlijke en levende inbrengen, dat zijn oneindige verhevenheid boven dien vorm door den hoogeren polsslag van zijn tintelend leven gevoelen doet, en verre van in dien vorm te verzinken, veeleer dien vorm doordringt en tot zich opheft. Zoo dan ook de verkiezing. Schier in plastische voorstelling wordt u gezegd, dat ze plaats greep „van eeuwig," „van den beginne," „voor de grondlegging der wereld," „eer ge geformeerd werdt in iiws moeders buik, dat ze een opschrijven „van uw naam in het boek de voorstelling dus van een Bestek, dat er des Lams" was, enz. eerst niet is, dan gemaakt wordt, en nu als leiddraad bij den Bouw dient. Die voorstelling is noodig. Een afgetrokken begrip zou het de waarheid, het volle leven der verkiezing niet zoo midden in feit, de wereld van uw gedachten en overleggingen een plaats veroveren. Maar als ge daarom meendet, dat in de denkvormen, die ge aan den schrijven
:
dat aanbiddelijk woord der verkiezing zich besluiten dreunt uit diezelfde Schrift de Jehovah-naam, en in dien naam Jehovah-zelf op uw ziel aan, om uw nietigen geest en het speeltuig van uw denkvorm stuk te slaan met dat bergen-dragend woord, waarvan elke letter als een steenrots is: „/^ zal zijn die Ik zal zijn," en al uw schoolsche redeneering en waanwijs termenweefsel weg te blazen voor den adem zijns roepens: „Eer de bergen geboren waren, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid hen Ik God!" en niet in, veelmin onder den tijd, maar ver boven elke aan den tijd verbonden gedachte a dat rijke, volle, heerlijke werk der uitverkiezing te doen aanschouwen, dat ,u den vinger op de lippen legt en uitdrijft tot
tijd
liet,
ontleent,
dan
aanbidding;.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's