Uit het Woord - pagina 176
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
m zij de God en Vader van onzen gezegend heeft met alle geestelijke zegeningen in Christus; gelijk Hij ons uitverkoren heeft iii Hem, voor de grondlegging der wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde; die ons te voren verordineerd heeft tot aanneming tot kinderen door Jezus Christus^ naar het welbehagen van zijnen wil, tot prijs der heerlijkheid zijner genade, waarmede Hij ons begenadigd heeft in den Geliefde." Hiermee is dus de voorstelling afgesneden, alsof de uitverkorenen eerst als eenlingen vergaderd en saamgebracht worden, om eerst daarna Christus tot een Hoofd te ontvangen. Hij is dat reeds van de grondlegging der wereld, en zoo Hij, na gestorven en opgewekt te zijn, „een naam boven allen naam" ontvangt, en „der Gemeente gegeven is tot een Hoofd boven alle dingen," komt in deze verheerlijking van den bemiddelaar slechts te voorschijn hetgeen in den bloesemknop der eeuwige verkiezing reeds van voor de grondlegging der wereld school. Dit vast te houden, is noodzakelijk. Eerst zóó toch gevoelt men, hoe er voor den Drieëenigen God een rustpunt was voor zijn blik in den raad der verkiezing. Door eerst den Middelaar te verkiezen, heeft de Heere een uitgangspunt, dat zijn heilig Wezen niet afstoot, den Zoon van zijn welbehagen, die ook al zinkt Hij straks in den dood weg, niettemin de „Heilige Gods" blijft. Dit mag niet losgelaten, wijl zoo eerst bij den wortel de dwaling wordt afgesneden, alsof de liefde van Christus die des Yaders te boven ging en den Yader tot liefde heeft bewogen. Immers is de Middelaar de Uitverkorene, dan werd Hij wat Hij wierd naar Gods raad, en kan de bewegende oorzaak niet in den Middelaar, maar moet ze in den God der verkiezing worden gezocht. We mogen dit stuk der waarheid niet uit het oog verliezen, wijl de Gemeente, hiervan afgaande, de eigenlijke vleeschwording des Zoons, zijn volle menschelijke natuur en daarmee zijn karakter als Middelaar allengs voorbij moet zien, om slechts de aanbidding van den Zone Gods over te houden. Dat ook de Christus door lijden is geheiligd en door geloof gestaan heeft, schijnt ongerijmd, zoo men den naam van Christus niet evenzeer als van elk geloovige in het boek des Levens zoekt. Men geeft, door de uitverkiezing van den ]Middelaar te vergeten, de vertroosting prijs, die juist in het broederschap van den Heilige Gods ligt, en ruilt de echte liefde voor Christus, die uit zijn deelgenootschap aan onzen jammer en onzen nood ontstaat, voor de liefde van een beweeglijk gevoel uit, dat de wonden van ons hart niet heelen kan, wijl het de diepte dier wonden niet peilt. Maar bovenal dient op die uitverkiezing de nadruk gelegd, opdat de leer der uitverkiezing de Gemeente niet verderve in stee van haar
handhaaft, als
Hftr Jezus
te
hij
beleidt:
„Gezeo;eiid
Christus, die in den hemel
ons
bouwen. Augustinus noch Calvijn noch één onzer groote kerkvaders heeft
er
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's