Uit het Woord - pagina 178
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
174 secten,
dan,
die
in teg:enstelling met alle andere, alleen het wit der
waarheid hebben getroffen. Maar wilt ge dat niet, staat het bij u vast dat een Kerk gelijk de Modernen die willen, slechts een andere naam voor de wereld, de en evenzoo dat een Kerk van louter maatschappij zelve zou zijn bekeerden door de geschiedenis geoordeeld is en tegen de diepste gedachten zoo der Schrift, als van onze Hervormde Kerk, lijnrecht indruischt, kom dan ook met uw Kerk niet na de uitverkiezing, maar erken en belijd, dat in de uitverkiezing eerst de Christus, daarna de Gemeente, en in haar eerst de uitverkiezing der enkelen is. Dat hierbij met de Gemeente niet alleen de Kerk op aarde, maar ook de Kerk die reeds zegepraalt, bedoeld wordt, spreekt vanzelf. Immers de nu zegepralende Kerk is instrument van voorbereidende genade geweest voor de Kerk die thans den strijd des Heeren strijdt; gelijk door haar de voorbereidende genade te bedienen is aan de Kerk, die tot op 's Heeren wederkomst den naam van Christus op ;
aarde zal belijden. Nu is het zeker
dat de openbaring dier kerk in het van de ordinantiën Gods; eindelijk zelfs zichtbare zeer verre afwijkt dat de samenhang tusschen beide geheel kan er een oogenblik komen, geval is uitgaan uit de tot een laatste verbroken wordt. In het Babel geworden Kerk plicht, niet om een nieuwe Kerk te stichten (want de Kerk is slechts eenmaal gesticht) maar om de ware Kerk uit de o-estorvene uit te dragen en tot nieuwe levensopenbaring te brengen. *; Dat deden onze vaderen in de dagen der Hervorming en kon "ook voor ons "weer plicht wprden, zoodra het ons klaarlijk getoond wordt, dat elk verband tusschen de Kerk naar de uitverkiezing en ónze zichtbare Kerk volstrekt heeft opgehouden. Dat wie meent, dat het daartoe reeds kwam, uittrad, is natuurlijk. Dat de meesten nog aarzelen dit oordeel uit te spreken, kan in gebrek aan geloofsmoed, kan in onverschilligheid tegenover elke Kerk, maar kan ook in den geestesblik op de bestaande Kerk zijn oorsprong hebben. Deze toestanden, hoe uiteenloopend ook, zijn verklaarbaar. Maar wat niet Vooreerst, dat men, uit de zichtbare geduld mag worden is tweeërlei Kerk tredende, er de Kerk zelve niet uitdraagt en tot nieuwe levensopenbaring brengt, d. w, z. zonder Kerk blijft voortleven. En ten
denkbaar,
:
tweede, dat men in de zichtbare kerk blijvende, voortleeft als bestond ze niet, zich in een conventikel terugtrekt en, op zich zelven zich houdende, dan nog beweren durft „de leer der vaderen zuiverder
dan anderen Calvijn
te
zou
zijn eigen tijd
1)
belijden", Calvinist in echten zin te zijn.
in
die
zich
noemende Calvinisten de
sectarissen
herkend en tegen hen gestreden hebben met
van
zijn reus-
Hieruit blykt, hoe weinig theologisch men oordeelt, door ons gelijk onlangs e n geschiedde, een Congregationalistisch kerkbegrip toe te dichten.
in de S t e ni
m
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's