Uit het Woord - pagina 253
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
249 van lieverlede is Hij na vergissing en door gissing tot verstand en de beteekenis der Godsopenbaring doorgedrongen, maar de Schrift heeft Hem toegesproken met onfeilbare gewisheid. De volkomen juiste, diepe en volledige verklaring der Heilige Schrift kon voor geen oogenblik van twijfel onderhevig zijn Hij kon zich niet vergissen, wijl de zonde die aller vergissing oorzaak is, in Hem Niet
is.
eerst
het
recht
niet
werd gevonden.
De
Jezus in den tempel levert hiervan een proeve, op dien leeftijd was het instinct voor de Goddelijke dingen, in Jezus zoo harmonisch ontwikkeld, dat Hij de symboliek van Israëls eeredienst en de diepte der Schrift met een vastheid en juistheid van blik doorzag, die de kennis der priesters en de geleerdheid der Schrifttolken verre, achter zich liet. Het is Jezus in den tempel aan te zien, dat Hij zich volmaakt thuis gevoelt in de dingen die Godes zijn, en dat de wijze, waarop de priesters aan het heilige hun vernuft beproeven. Hem hun minderheid toont. Hij doorziet en weet meer dan zij. Voor Hem bestaat er geen twijfel, geen aarzeling, geen onzekerheid, wat al dit heilige beteekent. Zijn intuïtie is een onbedriegelijke, en dies is spoedig de rol omgekeerd en zetten de priesters zich, nog geen gevaar duchtend, half in extase, om den jongen Nazarener neder. Nog ongewoner en verhevener moet de ontwikkeling van den mensch Jezus Christus geweest zijn in zijn verborgen omgang met God. Hij heeft zich altijd kind Gods gevoeld, nooit scheiding tusschen zijn hart en dien God ervaren, en derhalve een innerlijke verlichting ontvangen, zooals ze op aarde zelfs door het wedergeboren hart nooit, zelfs bij vergelijking niet, kan genoten worden. Voegt men deze gegevens saam, dan gevoelt men, dat de ontwikkeling van het orgaan dat zich de Zoon bij zijn vleeschwording verkoren had, allengs een rijpheid en harmonie moest verkrijgen, waarvoor wij de menschelijke natuur nooit vatbaar zouden achten. Al houdt men dan ook met ons ten strengste aan de waarachtige menschheid des Heeren vast, toch zal elke poging steeds mislukken, om uit de vatbaarheid der menschelijke natuur in zondaren, ook al neemt men die in de hoogste ontwikkeling bij de uitstekendste genieën, tot de volkomen ontwikkelde natuur van den Christus te besluiten. Te zeggen: „Bij Jezus' menschelijke natuur was dit of dat onmogelijk, wijl het onmogelijk of zelfs ondenkbaar blijkt bij de ontwikkeling van den zondaar," is een uiterst oppervlakkige gevolgtwaalfjarige
Eeeds
trekking, die zichzelve weerlegt.
Zoo schreed de ontwikkeling van den mensch Jezus Christus voort zijn dertigste levensjaar. Ze was toen voleind, en met die voleinding viel de ontdekking van den mensch Christus Jezus saam, dat Hij was de Zoon van God. Natuurlijk, ook Jezus had als kind in de profetieën gelezen van den Verlosser Israëls die komen zou, zonder nog terstond te gevoelen, tot
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's