Uit het Woord - pagina 238
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
234 en werken gelijk het wil, maar ontving van den Schepper mét het aanzijn tevens een wet, die zijn aanzijn regelen zou. De natuur wordt niet geschapen zonder nsXiwxi'ivctttni, die bij haar hooren, zóó bij haar hooren, dat zij daaraan onderworpen is, nut de Heere. Schept God het (hnkoi, dan schept Hij daarin tevens de denkw^e/, waaraan ons denken onderworpen én gebonden is, nut het denken Gods. Ook op
men in het voorbijgaan. Immers de strijd tegen wonderen en de raj^steries ontstaat juist uit haar miskenning. Het is volkomen waar dat er natuurwetten zijn, dat de kennis dier wetten ons onmisbaar is, en dat de natuur zoo vast en stellig aan die wetten is onderworpen, dat ze die nooit of nimmer kan verbreken. De valsche stelling komt eerst, als men, zich vergissende, het doet voorkomen, als ware God zelf door die wetten gebonden. Daarom zegge men ook niet: een wonder is de verbreking der natuurwetten. God kan niet verbreken datgeen, waardoor Hij nooit gebonden was. Een wonder is eenvoudig een vrije daad Gods. Datzelfde geldt voor de mysteriën des Christendoms. Yolkomen waar dat er denk wetten zijn, die evenals ons denken zelf door God aldus gegeven zijn, en waaraan ons denken zóó vast en stellig gebonden is, dat we niet goed denken tenzij we naar die wetten denken en ze niet dan tot onze eigen schade en schande verbreken kunnen. Ook hier begint de valsche stelling eerst, indien men, zich vergissende en bij gebreke van beter doordenken, de stelling voet geeft, alsof God zelf aan de wet van ons denken onderworpen en gebonden ware. Door dit te doen maken we onze wijsheid tot dwaasheid en maken het ons Die zelf onmogelijk de goddelijke mysteriën in ons op te nemen. mysteriën zijn nooit voor het kader onzer denkwetten pasklaar te maken. Ze behooren tot een hoogere orde, waar het denken Gods zichzelf verheerlijkt, maar waartoe Oïis denken nooit opklimt. Meer dan aanstippen kunnen we dit thans niet. Hoofdzaak is ons die tegenstelling lette
de
dat God aan elk leven een levensM^v^ aan de natuur en aan ons denken, maar ook aan ons persoonlijk leven, ook aan ons hiiisUjk leven, ook aan ons familielevQii, ook aan ons nationale leven, en zoo ook aan het leven der wereld. Naar die wetten keert en wentelt zich het leven, edoch op tweeërlei wijs. Vergunt men ons beeldspraak, we zouden zeggen: er zijn levenswetten met vaste en andere met beweegbare assen. Tot de eerste behooren alleen de natuurwetten. Ze werken daarom wxrktuigelijk, steeds op dezelfde wijs, onveranderlijk met dezelfde uitkomsten. Van wetsverbreking en dus van zonde kan bij de natuurwetten geen sprake zijn. Niet bij God, wijl Hij er niet door gebonden is en dus geen band verbreken kan, die Hem niet klemt. En evenmin bij de natuur zelve, die zich niet kan bewegen dan volgens deze wetten en dus de kans zelfs tot heur verbrekino; ten eenen male mist. hier
heeft
ter
plaatse
gesteld,
de
niet
bewering,
slechts
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's