Uit het Woord - pagina 16
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
12 Aiitioclius
Epiphanus
dus
alles
aan gelegen
zijn,
ook Palestina van
Jehovali tot Baal te bekeeren.
Yoor de groote menigte symboliseert zulk een overgang van godszich in een uitwendig teeken. Van de diepere verschillen tusschen Mennonieten en Gereformeerden weten de meesten niets. Ze hechten alleen aan het uitwendig verschil in den Doop. Yan de diepere scheidslijn tusschen Kom e en de Hervorming begreep de massa vóór drie eeuwen uiterst weinig, maar terdege wel begrepen ze de uitwendige teekenen van Beeldendienst en Mis. Zoo ook destijds. Aan opzettelijke aanprijzing van het Heidendom noch aan godgeleerde bestrijding van den Jehovahdienst werd gedacht. Hij nam het volk slechts zooals het volk is, in zijn verkleefdheid aan den vorm, waarin zijn godsdienst zich belichaamt. Hij zocht een uitwendig teeken, voor allen herkenbaar, boven alle dubbelzinnigheid verheven, waaraan terstond openbaar zou worden, of men bij Jehovah bleef, of Jehovah afzwoer. Daarom eischte hij dat elk Israëliet zwijnenvleesch zou nuttigen. Alleen door dit toe te geven kon men den ketterdood ontgaan. Reeds dit feit ontheft dus van elk nader betoog, dat in de dagen na de ballingschap het Levietisch verbod van zwijnenvleesch met het uiterste der nauwgezetheid in Israël gehouden werd. Toch kon dit verbod op den duur de zwijnenkudden niet van Israëls erve weren. De Eomeinen kwamen, en met hun adelaar de op zwijnenvleesch beluste troepen en ambtenaren, die Eome's heerschappij in Kanaan bestendigen moesten. Wat dan natuurlijker, dan dat het overwinnend volk driestweg weigerde, zich, ter wille van Israëls vooroordeel, het genot van zwijnenvleesch te ontzeggen, en eenvoudig door hun karavanen naar Kanaan brengen lieten wat in
dienst
Kanaan
zelf niet
was?
Telkens vinden we dan ook onder üome's opperbewind van zwijnenkudden in Israëls geschiedenis gewag gemaakt. Eeeds de kudden bij Gadara en in de Gelijkenis des verloren zoons kunnen hier ten bewijze volstaan.
om deze kudden van hun hun machteloosheid aanzien, dat de heilige erve ontwijd werd, toch gruwde al wat vroom en heilig in hen was tegen het afzichtelijk en in hun oog verfoeilijk dier. Men Toch,
erve
bande
al
faalde het Israël aan de macht,
drijven,
te
al
moesten
ze
het in
zoo ver mogelijk. Tot hoeder eener zwijnenkudde zich te was het schandelijkste der vernedering, waartoe een uit Abrahams zonen komen kon. Bij Gadara dolen ze in de woeste plaatsen. De verloren zoon is daarin juist het diepst verloren, dat hij van zwijnendraf dronk. In phiagzucht moest die tegenzin van Israël zich lucht geven. Een zwijn uit zijn hok te lokken en te kwellen, gold als voldoening aan nationale wraakzucht. Wat nu lag daartoe meer voor de hand, dan het schrokkig zwijn, dat op alles toeloopt en op alles met zijn snuit ze
verlagen,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's