De Drie Formulieren van Eenigheid - pagina 28
gelijk die voor de Gereformeerde Kerken dezer landen zijn vastgesteld op de Nationale Synode van Dordrecht
26
BELIJDENIS DES GELOOFS
rechtvaardige; dewelke hierom mens geworden is, verenigende zamen de Goddelijke en de menselijke natuur, opdat wij mensen een toegang zouden hebben tot de Goddelijke Majesteit; anderszins ware ons de toegang gesloten. Maar deze Middelaar, die de Vader ons heeft gegeven tussen zich en ons, moet ons door zijn grootheid niet verschrikken, om ons een ander, naar ons goeddunken, te doen zoeken. Want er is niemand, noch in de hemel, noch op de aarde, onder de schepselen, die ons liever heeft dan Jezus Christus, dewelke, hoewel hij in de gestaltenis Gods was, nochtans zichzelf vernietigd heeft, aannemende de gestaltenis eens mensen en eens dienstknechts voor ons, en is in alles zijn broederen gelijk geworden. Indien wij nu een andere Middelaar zoeken moesten, die ons goedgunstig ware, wie zouden wij kunnen vinden, die ons meer beminde dan Hij, die zijn leven voor ons gelaten heeft, ook toen wij zijn vijanden waren? En zo wij een zoeken, die macht en aanzien heeft, wie is er, die daarvan zo veel heeft als degene, die gezeten is ter rechterhand zijns Vaders, en die alle macht heeft in de hemel en op de aarde? En wie zal eer verhoord worden, dan de eigen welbeminde Zoon Gods? Zo is dan alleen door een mistrouwen dit gebruik ingevoerd, dat men de heiligen onteert, in plaats van die te eren, doende hetgeen zij nooit gedaan noch begeerd hebben, maar hebben het volstandiglijk en volgens hun schuldige plicht verworpen, als blijkt uit hun schriften. En hier moet men niet voorbrengen, dat wij het niet waardig zijn, want het heeft hier de mening niet, dat wij onze gebeden op onze waardigheid zouden voordragen, maar alleen op de uitnemendheid en waardigheid onzes Heren Jezus Christus, wiens rechtvaardigheid de onze is door het geloof. Daarom, de Apostel, willende deze zotte vrees, of veelmeer dat mistrouwen, van ons nemen, zegt ons, dat Jezus Christus zijn broederen in alles gelijk geworden is, opdat Hij een barmhartig en een getrouw Hogepriester zou zijn, om de zonden des volks te verzoenen; want in hetgeen Hij zelf, verzocht zijnde, geleden heeft, kan Hij degenen, die verzocht worden, te hulp komen. En daarna, om ons nog meer moed te geven om tot Hem te gaan, zegt hij: Dewijl wij dan een grote Hogepriester hebben, die door de hemelen doorgegaan is, namelijk Jezus, de zoon Gods, zo laat ons deze belijdenis vasthouden. Want wij hebben geen Hogepriester, die niet kan medelijden hebben te
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897
Abraham Kuyper Collection | 164 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897
Abraham Kuyper Collection | 164 Pagina's