Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De drie Formulieren van Eenigheid - pagina 121

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De drie Formulieren van Eenigheid - pagina 121

gelijk die voor de Gereformeerde Kerken dezer landen zijn vastgesteld op de Nationale Synode van Dordrecht

2 minuten leestijd

HFDST.

VAN DE VOLHARDING DER HEILIGEN

V.

Christus verworven; die de

mensch vóór

119

maar eene voorwaarde des nieuwen Verbonds, zijne beslissende (gelijk

zij spreken) verkiezing en rechivaardigmaking door zijnen vrijen wil moet volbrengen. Want de H. Schrift getuigt, dat zij uit de verkiezing volgt, en door de kracht des doods, der verrijzenis en der voorbidding van Christus den uitverkorenen gegeven wordt: De uitverkorenen hebben het verkregen, en de anderen zijn verhard geworden. (Rom. XI 7). Insgelijks: Die ook zijnen eigenen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken? Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods ? God is het, die rechtvaardig maakt. Wie is het, die verdoemt? Christus is het, die gestorven is; ja, wat meer is, die ook opgewekt is; die ook ter rechterhand Gods is; die ook voor ons bidt. Wie zal ons scheiden van de liefde van :

Christus? (Rom. VIII

:

32—35). II.

Die leeren: Dat God den geloovigen mensch wel voorziet met genoegzame krachten om te volharden, en bereid is die in hem te bewaren, zoo hij zijn ambt i) doet; doch al is het nu ook dat alle dingen, die noodig zijn om in het geloof te volharden, en die God gebruiken wil om het geloof te bewaren, in het werk gesteld zijn, dat het dan nog altijd hangt aan het believen van den wil dat deze^) volharde of niet volharde. Want dit gevoelen bevat in zich een openbaar Pelagianisme; en terwijl het de menschen wil vrij maken, zoo maakt het hen roovers van Gods eere; tegen de voortdurende overeenstemming der Evangelische leer, die den mensch alle stoffe van roemen beneemt, en den lof dezer weldaad aan de genade Gods alleen toeschrijft; en tegen den Apostel, die getuigt: Dat het God is, die ons ook zal bevestigen tot het einde toe, om onstraffelijk te zijn in den dag van onzen Heere Jezus Christus (1

Cor.

I

:

8).

Het woord ambt (Lat. officium) staat hier in zijn oude bewerk dat als roeping is opgelegd, of, plicht. 2) De officieele uitgave heeft hier het voornaamwoord, op wil terugslaande, in het vrouwelijk geslacht. Zie de noot bij Artt. 12 en 16 van Hoofdstuk III en IV, en bij Art. 3 van de daarop volgende Verwerping der dwalingen. ^)

teekenis van

**"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897

Abraham Kuyper Collection | 164 Pagina's

De drie Formulieren van Eenigheid - pagina 121

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897

Abraham Kuyper Collection | 164 Pagina's