De drie Formulieren van Eenigheid - pagina 109
gelijk die voor de Gereformeerde Kerken dezer landen zijn vastgesteld op de Nationale Synode van Dordrecht
HFDST. III— IV.
VAN DE VERDORVENHEID EN DE BEKEERING
107
XV. Deze genade is God aan niemand schuldig; want wat zoude Hij schuldig zijn dengene, die Hem niets eerst geven kan, opdat het hem vergolden worde? Ja, wat zoude üod dien schuldig zijn, die van zichzelven niet anders heeft dan zonde en leugen ? Üiegene dan, die deze genade ontvangt, die is Gode alleen daarvoor eeuwige dankbaarheid schuldig, en dankt Hem ook daarvoor; diegene, die deze genade niet ontvangt, die acht ook deze geestelijke dingen gansch niet, en behaagt zichzelven in het zijne; of, zorgeloos zijnde, roemt hij ijdellijk dat hij heeft hetgene hij niet heeft. Voorts, van diegenen, die hun geloof uiterlijk belijden en hun leven beteren, moet men naar het voorbeeld der Apostelen het beste oordeelen en spreken; want het binnenste des harten is ons onbekend. En wat aangaat anderen, die nog niet geroepen zijn, voor dezulken moet men God bidden, die de dingen die niet zijn roept alsof zij waren; en wij moeten ons geenszins tegenover deze verhoovaardigen, alsof wij onszelven uitgezonderd hadden. XVI.
Doch gelijk de mensch door den val niet heeft opgehouden een mensch te zijn, begaafd met verstand en wil, en gelijk de zonde, die het gansche menschelijk geslacht heeft doordrongen, de natuur des menschen niet heeft weggenomen, maar verdorven en geestelijkerwijze gedood; alzoo werkt ook deze Goddelijke genade der wedergeboorte in de menschen niet als in stukken en blokken, en vernietigt den wil en zijne eigenschappen niet, en dwingt dien ^) niet met geweld zijns ondanks, maar maakt hem geestelijk levend, heelt hem, verbetert hem, en buigt hem tegelijk 1) De officieele uitgave heeft hier: dwingt ze niet met geweld tegen haren dank, maar maakt ze geestelijk levend, heelt ze, verbetert ze, en buigt ze (Lat. nee voluntatem... invitam violenter cogit, sed spiritualiter vivificat, sanat, corrigit... flectit); in welke uitdrukking echter de voornaamwoorden niet, zooals in alle latere uitgaven gesteld wordt, bedoeld zijn als meervoud, zoodat daarbij aan de menschen zou te denken zijn, maar als vrouwelijk enkelvoud, terugslaande op het woord wil, en dus thans dienovereenkomstig te veranderen. Zie de noot bij Art. 12 van ditzelfde Hoofdstuk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897
Abraham Kuyper Collection | 164 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897
Abraham Kuyper Collection | 164 Pagina's