De Drie Formulieren van Eenigheid - pagina 116
gelijk die voor de Gereformeerde Kerken dezer landen zijn vastgesteld op de Nationale Synode van Dordrecht
DORDTSE LEERREGELS
114
en dat overzulks het geloof, waardoor wij waarvan wij gelovigen genoemd worden, niet is een hoedanigheid of gave, van God ingestort, maar alleen een daad des mensen, en dat het niet anders kan gezegd worden een gave te zijn, dan ten aanzien van de macht om daartoe te komen. Want daarmede wederspreken zij de H. Schrift, die getuigt, dat God nieuwe hoedanigheden des geloofs, der gehoorzaamheid, en van het gevoel zijner liefde in onze harten uitstort: Ik zal mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven (Jer. XXXI 33). En: Ik zal water gieten op het dorstige, en stromen op het droge; Ik zal mijn Geest op uw zaad gieten (Jes. XLIV 3). En: De liefde Gods is in onze harten uitgestort door de Heilige Geest, die ons is gegeven (Rom. V 5). Zulks strijdt ook tegen het standvastig gebruik der Kerke Gods, dewelke bij de Profeet aldus bidt: Bekeer mij, zo zal ik bekeerd zijn (Jer. XXXI 18). ingestort worden,
eerst bekeerd worden, en
:
:
:
:
VII Die leren: Dat de genade, waardoor wij tot God bekeerd worden, niet anders is dan een zachte aanrading; of (gelijk anderen dit verklaren), dat dit de alleredelste manier van werking is in de bekering des mensen, en die het best overeenkomt met de natuur des mensen, welke door aanrading geschiedt; en dat er niets is, waarom deze aanradende genade alleen niet zou ge-
noegzaam zijn om de natuurlijke mens geestelijk te maken; ja dat God niet anders de toestemming van de wil voortbrengt, dan door de wijze van aanrading ; en dat de kracht der Goddelijke werking, waardoor zij de werking des satans te boven gaat, hierin bestaat, dat God eeuwige maar de satan tijdelijke goederen belooft. Want dit is gans Pelagiaans en in strijd met de gehele H. Schrift; dewelke, behalve deze, nog een andere en veel krachtiger en Goddelijker manier van werking des H. Geestes in de bekering des mensen erkent; gelijk bij Ezechiƫl: Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwe geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven (Ezech. XXXVI 26). :
VIII Die leren: Dat God zulke krachten zijner almogendheid in de wedergeboorte des mensen niet gebruikt, waardoor Hij diens wil
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897
Abraham Kuyper Collection | 164 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897
Abraham Kuyper Collection | 164 Pagina's