Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De drie Formulieren van Eenigheid - pagina 19

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De drie Formulieren van Eenigheid - pagina 19

gelijk die voor de Gereformeerde Kerken dezer landen zijn vastgesteld op de Nationale Synode van Dordrecht

2 minuten leestijd

BELIJDENIS DES GELOOFS

17

vleesches vijandschap is tegen God? Wie zal van zijne wetenschap spreken, ziende, dat de natuurlijke mensch niet begrijpt de dingen die des Geestes Gods zijn ? Kortelijk, wie zal eenige gedachte voorstellen, dewijl hij verstaat, dat wij niet bekwaam zijn van onszelven iets te denken, als uit onszelven, maar dat onze bekwaamheid uit God is ? En daarom hetgene de Apostel zegt, behoort met recht vast en zeker gehouden te worden, dat God in

ons werkt beide het willen en het werken, naar zijn welbehagen. er is noch verstand, noch wil, den verstande en wille Gods gelijkvormig, of Christus heeft ze in den mensch gewrocht; hetwelk Hij ons leert, zeggende: Zonder Mij kunt gij niets doen.

Want

XV. [Van de erfzonde.] Wij gelooven, dat door de ongehoorzaamheid van Adam de erfzonde uitgebreid is geworden over het gansche menschelijke geslacht; welke is eene verdorvenheid der geheele natuur en een erfelijk gebrek, waarmede de kleine kinderen zelfs besmet zijn in hunner moeders lichaam, en die in den mensch allerlei zonden voortbrengt, zijnde in hem als een wortel daarvan; en zij is daarom zoo leelijk en gruwelijk voor God, dat zij genoegzaam is om het menschelijk geslacht te verdoemen. Zij is ook zelfs door den Doop niet ganschelijk te niete gedaan, noch geheel uitgeroeid, aangezien de zonde daaruit altijd als opwellend water uitspringt, gelijk uit eene onzalige fontein; hoewel zij nochtans den kinderen Gods tot verdoemenis niet toegerekend, maar door zijne genade en barmhartigheid vergeven wordt; niet om in de zonde gerust te slapen, maar opdat het gevoel van deze verdorvenheid de geloovigen dikwijls zoude doen zuchten, verlangende om van dit lichaam des doods verlost te worden. En hierin verwerpen wij de dwaling der Pelagianen, die zeggen, dat deze zonde niet anders is dan uit navolging.

XVI.

[Van de eeuwige verkiezing Gods.] Wij gelooven. dat, het geheele geslacht van Adam door de zonde des eersten menschen in verderfenis en ondergang zijnde, God

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897

Abraham Kuyper Collection | 164 Pagina's

De drie Formulieren van Eenigheid - pagina 19

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897

Abraham Kuyper Collection | 164 Pagina's