Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De drie Formulieren van Eenigheid - pagina 137

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De drie Formulieren van Eenigheid - pagina 137

gelijk die voor de Gereformeerde Kerken dezer landen zijn vastgesteld op de Nationale Synode van Dordrecht

2 minuten leestijd

KORT BEGRIP DER CHRISTELIJKE RELIGIE

135

Antw. Door zulk eenen middelaar, die tegelyk^ waarachtig God^, en een waarachtige rechtvaardig «^ mensch is Matth. 1 23. Zie, de maagd zal zwanger worden, en a) eenen zoon baren, en gij zult zijnen naam heeten Emmanuël; hetwelk is, overgezet zijnde. God met ons. Zie, de dagen komen, spreekt de b) Jerem. 23 5, 6. HEERE, dat Ik aan David eene rechtvaardige SPRUITE zal verwekken; die zal Koning zijnde regeeren, en voorspoedig In zijne zijn, en recht en gerechtigheid doen op de aarde. dagen zal Juda verlost worden, en Israël zeker wonen; en dit :

:

naam

zal zijn

waarmede men hem

zijn,

ONZE GERECHTIGHEID.

zal

noemen:

DE HEERE

33—36. Vgl. 10 1 Cor. 15 : 21. Want dewijl de dood door eenen mensch c) is, zoo is ook de opstanding der dooden door eenen mensch. Vgl. VS 47. d) Hebr. 7 26. Want zoodanig een Hoogepriester betaamde ons, heilig, onnoozel, onbesmet, afgescheiden van de zondaren, en hooger dan de hemelen geworden. :

:

Cat. vr.

12—17. Geloofsbel.

Vr. Wie

15.

art. 17,

20 en 26. Leerreg.

1, 2.

II,

die middelaar?

is

Antw.

Onze Heere Jezus Christus die in één persoon waarachtig God ^ en een waarachtig rechtvaardig mensch ^ is. d) 1 Tim. 2 5. Want er is één God; er is ook één Middelaar Gods en der menschen, de mensch Christus Jezus. b) 1. In den beginne was het Woord, en het Joh. Woord was bij God, en het Woord was God. Vgl. Joh. 14; 'ï,

:

1

:

1

:

16; 1 Joh. 28; Rom. 9 5; Phil. 2 6; 1 Tim. 3 Joh. 20 5 6. 20; Openb. 1 8; Psalm 45 5; Jerem. 23 8; Jes. 9 c) Hebr. 2 14. Overmits dan de kinderen des vleesches en des bloeds deelachtig zijn, zoo is hij ook desgelijks datzelfde :

:

:

:

:

:

:

:

:

:

deelachtig geworden. Cat. vr. 18, 19. Geloofsbel. art. 10, 18, 19. Leerreg.

Vr.

16.

Antw. a)

II,

2—4.

Kunnen de engelen onze middelaars niet zijn? Neen zij want zij zijn « noch God noch menschen. ;

Hebr.

1

:

14. Zijn zij

niet allen gedienstige geesten, die dergenen wille die de

dienst uitgezonden worden, zaligheid beërven zullen?

tot

Cat. vr.

14,

15,

30.

om

Geloofsbel. art.

12.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897

Abraham Kuyper Collection | 164 Pagina's

De drie Formulieren van Eenigheid - pagina 137

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897

Abraham Kuyper Collection | 164 Pagina's