De Drie Formulieren van Eenigheid - pagina 23
gelijk die voor de Gereformeerde Kerken dezer landen zijn vastgesteld op de Nationale Synode van Dordrecht
BELIJDENIS DES GELOOFS
21
natuur haar onderscheidene eigenschappen behoudende. Gelijk dan de Goddelijke natuur altijd ongeschapen gebleven is, zonder beginsel der dagen of einde des levens, vervullende hemel en aarde, alzo heeft de menselijke natuur haar eigenschappen niet verloren, maar is een schepsel gebleven, hebbende beginsel deidagen, zijnde een eindige natuur, en behoudende al hetgeen dat een waar lichaam toebehoort. En hoewel Hij haar door zijn verrijzenis onsterfelijkheid gegeven heeft, nochtans heeft Hij de waarheid zijner menselijke natuur niet veranderd, dewijl onze zaligheid en verrijzenis mede hangen aan de waarheid zijns lichaams. Doch deze twee naturen zijn alzo te zamen verenigd in één persoon, dat zij ook zelfs door zijn dood niet gescheiden zijn geweest. Zo was dan hetgeen Hij stervende in de handen zijns Vaders bevolen heeft, een ware menselijke geest, die uit lichaam scheidde; maar intussen bleef de Goddelijke natuur verenigd met de menselijke, ook zelfs toen Hij in het graf lag; en de Godheid hield niet op in Hem te zijn, gelijk zij in Hem was toen Hij een klein kind was, hoewel zij zich voor een kleine tijd zo niet openbaarde. Hierom bekennen wij, dat Hij waar God en mens is: waar God, om door zijn kracht de dood te overwinnen, en waar mens, opdat Hij voor ons zou kunnen sterven uit de zwakheid zijns vleses. zijn
altijd
XX [God heeft
zijn
rechtvaardigheid en barmhartigheid
bewezen in Christus] Wij geloven, dat God, die volkomen barmhartig en rechtvaardig zijn Zoon gezonden heeft om aan te nemen de natuur, in dewelke de ongehoorzaamheid begaan was, om in haar te voldoen en te dragen de straf der zonden door zijn zeer bitter lijden en sterven. Zo heeft dan God zijn rechtvaardigheid bewezen tegen zijn Zoon, als Hij onze zonden op hem gelegd heeft; en heeft uitgestort zijn goedheid en barmhartigheid over ons, die schuldig en der verdoemenis waardig waren, voor ons gevende zijn Zoon in de dood door een zeer volkomen liefde, en Hem opwekkende tot onze rechtvaardigmaking, opdat wij door Hem zouden hebben de onsterfelijkheid en het eeuwige leven. is,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897
Abraham Kuyper Collection | 164 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897
Abraham Kuyper Collection | 164 Pagina's