De drie Formulieren van Eenigheid - pagina 113
gelijk die voor de Gereformeerde Kerken dezer landen zijn vastgesteld op de Nationale Synode van Dordrecht
HFDST.
III
—
IV.
VAN DE VERDORVENHEID EN DE BEKEERING
111
V.
Die leeren: Dat de verdorvene en natuurlijke mensch de gemeene genade (waardoor zij verstaan hei licht der natuur), of de gaven, hem na den val nog overgelaten, zoo wel gebruiken kan, dat hij door dat goed gebruik eene meerdere, namelijk, de Evangelische of zaligmakende genade en de zaligheid zelve allengskens en bij trappen zoude kunnen bekomen. En dat in dezer voege God zich van zijne zijde betoont gereed te zijn, om Christus aan alle menschen te openbaren, naardien Hij de middelen, die tot de bekeering noodig zijn, genoegzaam en krachtiglijk aan allen toedient. Want benevens de ervaring van alle tijden betuigt ook de Schrift, dat zulks onwaarachtig is: Hij maakt Jacob zijne woorden bekend, Israël zijne inzettingen en zijne rechten. Alzoo heeft Hij ge enen volke gedaan; en zijne rechten, die kennen zij niet (Ps. CXLVII 19, 20). God heeft in de verledene tijden alle de heidenen laten wandelen in hunne wegen (Hand. XIV 16). En: Zij (te weten Paulus met de zijnen) werden van den Heiligen Geest verhinderd het woord in Azië te spreken; en aan Mysië gekomen zijnde, poogden zij naar Bithynië te reizen; en de Geest liet het hun niet toe (Hand. XVI 6, 7). :
:
:
VI. «
Die leeren: Dat in de ware bekeering des menschen geene nieuwe hoedanigheden, krachten of gaven in den wil door God kunnen ingestort worden, en dat overzulks het geloof, waardoor wij eerst bekeerd worden, en waarvan wij geloovigen genoemd worden, niet is eene hoedanigheid of gave, van God ingestort, maar alleen eene daad des menschen, en dat het niet anders kan gezegd worden eene gave te zijn, dan ten aanzien van de macht om daartoe te komen. Want daarmede wederspreken zij de H. Schrift, die getuigt, dat God nieuwe hoedanigheden des geloofs, der gehoorzaamheid, en van het gevoel zijner liefde in onze harten uitstort: Ik zal mijne wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven (Jer. XXXI 33). En: Ik zal water gieten op den dorstige, en stroomen op het droge; Ik zal mijnen Geest op uw zaad gieten (Jes. XLIV 3). En: De liefde Gods is in onze harten :
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897
Abraham Kuyper Collection | 164 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897
Abraham Kuyper Collection | 164 Pagina's