Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De Drie Formulieren van Eenigheid - pagina 111

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Drie Formulieren van Eenigheid - pagina 111

gelijk die voor de Gereformeerde Kerken dezer landen zijn vastgesteld op de Nationale Synode van Dordrecht

2 minuten leestijd

HFDST. het de

III

IV.

VAN DE VERDORVENHEID EN DE BEKERING

109

mens metterdaad 1 ) wordt medegedeeld, ingegeven, en God alleenlijk de macht om te

gestort; ook niet daarom, dat

in-

ge-

loven zou geven, en daarna de toestemming of het daadwerkelijk geloven van de vrije wil des mensen verwachten; maar omdat Hij, die daar werkt het willen en het werken 2 ), ja alles werkt in allen, in de mens teweegbrengt beide, de wil om te geloven, en het geloof 3 ) zelf.

XV Deze genade

is

God aan niemand schuldig; want wat zou

schuldig zijn degene, die

Hem

niets eerst

Hij

geven kan, opdat het

hem vergolden worde? Ja, wat zou God die schuldig zijn, die van zichzelf niet anders heeft dan zonde en leugen? Diegene dan, die deze genade ontvangt, die is God alleen daarvoor eeuwige dankbaarheid schuldig, en dankt Hem ook daarvoor; diegene, die deze genade niet ontvangt, die acht ook deze geestelijke dingen gans niet, en behaagt zichzelf in het zijne; of, zorgeloos zijnde, roemt hij ij dellij k dat hij heeft hetgeen hij niet heeft. Voorts, van diegenen, die hun geloof uiterlijk belijden en hun leven beteren, moet men naar het voorbeeld dei' Apostelen het beste oordelen en spreken; want het binnenste der harten is ons onbekend. En wat aangaat anderen, die nog niet geroepen zijn, voor dezulken moet men God bidden, die de dingen die niet zijn roept alsof zij waren; en wij moeten ons geenszins tegenover deze verhovaardigen, alsof wij onszelf uitgezonderd hadden.

XVI Doch gelijk de mens door de val niet heeft opgehouden een mens te zijn, begaafd met verstand en wil, en gelijk de zonde, die het ganse menselijke geslacht heeft doordrongen, de

natuur

a De officiële uitgave heeft hier: dadelijk (Lat. re ipsa), in ) de zin van metterdaad, en daarom, ter voorkoming van misverstand, door dit woord vervangen. 2 De officiële uitgave heeft hier volbrengen, volgens oude ) vertalingen van de Bijbeltekst, waaraan deze uitdrukking ontleend is (Philipp. II 13). Thans echter heeft de Staten-vertaling daar het woord werken. 3 De Lat. tekst heeft hier: het geloven zelf (ipsum eredere). ) :

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897

Abraham Kuyper Collection | 164 Pagina's

De Drie Formulieren van Eenigheid - pagina 111

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897

Abraham Kuyper Collection | 164 Pagina's