Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Openingswoord ter deputatenvergadering, 29 April 1897 - pagina 10

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Openingswoord ter deputatenvergadering, 29 April 1897 - pagina 10

1 minuut leestijd

geen dat

pauperisme

geen

bij

geestelijke

van is

kon doen opkomen, was,

zin

dan

krachtiger

vrijheid

revolutionaire

te

onzen

in

volk

ingedragen.

om

bestelde sociale inrichting, die

en

ontloken,

is

de

Israƫl

bij

dat

voor

zin

den boezem

uit

volk de banier der Christelijke vrijheid heel Europa

dit

door

God

van deze door

vrucht

het

Met

hart en

partij

zich

ziel

op

werpt daarom ook de Anti-

de sociale quaestie, verlokt

dat wie werken wil ook werken kunne,

ideaal

door noesten arbeid

in

't

zweet

zijns aanschijns

zooveel

gewinnen, dat een ieder voor zich en de zijnen kleed en

dak hebbe en een sobere in

staat

helpen

dag

rondkomen

kunnen

te

houden, en

stand

in

weggelegd.

op

kinderen

zijn

zij

tafel

Als

het

voeden, Gods kerk te

te

ziekte en

bij

van

weg

den

kunne aanrichten, en voorts

wat

in

op den ouden beter dagen

is

opgaat, dat de Staat alle

armen verzorge, een school voor hun kinderen

bestelle,

en

op school die kinderen voede, dat het gasthuis den arme

moet herbergen

er

hij

krank wordt,

anderen

hem

en straks het oudemannenhuis

betalen,

hem

als

naar

zijn

kerk

zijn

opwacht,

om

eindje en naar zijn graf te helpen, dan kan

van vrijen burgerzin

Christengeest

of vrijer

deze

bij

breede klasse der maatschappij eenvoudig geen sprake wezen.

En

staat

Christus,

het nu vast, dat de taaie, dege belijdenis van den

van oude tijden

maatschappelijken

stand

Christelijke

in

actie

den

her,

meest

het

school,

hoe

wilt

positie

de

in

sociale

te

aan

thuis,

te

maar op

lenigen,

terdege

quaestie

mocht

sturen.

het

worden,

deze sociale

Beide, ons beginsel en onze

aan zijn,

te trekken,

voor

Barmhartigheid

al

hoort

om

en op

onze in

Ware

daarvoor

zijn

het ons alleen te doen

ons vrije

broede-

de

politiek terrein dringt ons niet deernis^

staatkundig beleid. te

?

om

zal

het land, dringen ons uit dien hoofde,

levensexistentie,

ren

temperen

dezen

ge dan dat de

lande ooit machtig

indien ge niet zint en peinst op middelen,

afhankelijkheid

juist in

kerk

maar

om nood

philantropie en Staatszorge zeer

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897

Abraham Kuyper Collection | 24 Pagina's

Openingswoord ter deputatenvergadering, 29 April 1897 - pagina 10

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897

Abraham Kuyper Collection | 24 Pagina's