Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 119

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 119

2 minuten leestijd

117

Zoo voleindde Aaron's

huis,

de

zich

in

heilige

vangen had. Uit Juda zou Messias

Elisabeth, als de laatste edele spruit nit roeping, die dit Huis van Godswege ont-

zijn,

maar Aaron's Huis

zou, in den dienst

des Heeren, dien Messias leeren aanbidden.

II.

1.

Ju baar neöetbeib. Omdat

hij de gericgheid zijner dienstmaagd heeft aangezien want zie, van nu aan zullen mij zalig spreken al de geslachten. ;

Lukas

1

:

48.

Ook Maria, de Moeder des Heeren, was van Koninklijken huize. Uit haar was de Christus geboren, uit haar alleen; en. de H. Apostel getuigt, dat Christus „de Zone Davids was zooveel het vleesch aangaat." Ook al liepen de geslachtsregisters van Mattheus en Lukas beide op Jozef uit, alleen door Maria kon Jezus „naar het vleesch" een zoon van David zijn; en al wat Jozef ais pleegvader op den Christus over kon brengen was het erfrecht op Davids kroon. Dat Maria een nicht van Elisabeth was, strijdt hier niet tegen. Want wel was Elisabeth uit Levi, en gold het als regel, dat de priesterlijke geslachten in Levi's stam huwden, maar deze regel was geen stellige wet. Juda en Levi konden zich uitnemend wel verzwageren. Zoo was dan ook Maria van prinselijken bloede; en hierin juist school haar nederheid. Op zich zelf toch is het allerminst vernederend tot de lagere standen der maatschappij te hooren; en ten huwelijk te gaan met een timmerman uit Nazareth, hield niets krenkends in. Maar als ge van Koninklijken huize zijt, en het vorstelijk bloed u in de aderen vloeit, en uw rang onder de prinsessen en uw w^oonstede in het paleis moest zijn, dan ja, spreekt er verlaging, spreekt er onderdrukking, spreekt er nederheid uit, als ge vergeten voortde kleinen des lands en ge uw toekomst verbindt aan leeft onder een ambachtsman. Zulk een vernedering, dat

men

verre onder zijn stand wegzinkt,

van hoogen adel en machtigen rijkdom nog telkens voor, maar heeft dan meestal ten gevolge, dat ze uit wrok tegen hun krenking, en morrend tegen hun lot; zich innerlijk verbitteren en zich zelven wegwerpen.

komt

bij

lieden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 119

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's