Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 97

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 97

3 minuten leestijd

;

om met de ziels worsteling des geloofs, een kind voor Hanna van zijn God af te smeeken. Wel dat hij misschien in zijn stil gebed nu en dan ook de bede liet invloeien: „Heere, schenk ook Hanna, mijne vrouw, een kind harer liefde" maar zulk algemeen bidden heeft nog niets met de geloofsworsteling van een aangegrepene ziel gemeen. Zulk bidden is niet met geloof gemengd en laat geen onrust na, ook al volgt er geen verhooring. Juist bij Hanna echter vindt ge nu, wat ge mist bij Elkana. De rollen zijn hier omgekeerd. Bij den Patriarch worstelt de man, en de vrouw volgt. Maar hier loopt de man er bij, en gaat de geloofsworstelinff uit van de vrome. berustte, en er niet aan dacht, gelijk

eens

Abraham,

;

Kinderloosheid

is

voor

een vrouw, die vóór jaren ten huwelijk

waarom ook in onze dagen nog veel vergeschreid worden. Maar wat thans minder dan in

ging, een harde zaak, en

borgene tranen Hanna's dagen verstaan wordt, is, dat in zulk een geval „de Heere de baarmoeder toesluit", en dat dus ook de Heere haar alleen openen kan. Nu eens met, dan zonder hulpe van den medicijnmeester maar zoo, dat het toch altoos de Heere is, die sluit en opent. En ook aan dat hooge standpunt nu is onze gelooflooze tijd ontzonken. Men zoekt heil ook voor dit lijden, niet bij onzen God, maar bij de wetenschap. De mensch staat te hoog voor het geloof en wil zich zelf redden. Juist in tegenstelling met wat Hanna in haar lied zong: „Maak het niet te veel, dat gij hoog, hoog zoudt spreken, want de Heere is de God ook der wetenschappen". In het geloof ligt daarom de adel van Hanna's hart en wel in een geloof, dat ze niet uit zich zelve, maar uit God had evenals de drang tot haar gebed. Immers zonder dat Hanna het wist, had de Heere iets grootsch met haar voor. Jehovah was met zijn bondsvolk aan een keerpunt toegekomen. Samuël stond geboren te worden. En nu teekent ons de Heere in Hanna's vrouwelijke smart en heilige moedervreugd, hoe Hij reeds vooruit bezig is, om Samuël's komste te bereiden. Noem het dus een goddelijk instinct of goddelijk voorbesef; maar er was iets, dat Hanna dreef. Ze had geen ruste. Een gevoel overoverweldigde haar, alsof haar levenstaak niet voleind was, eer ze een kind had gebaard. En zelfs de terging van Peninna doet dienst in Gods bestel, om dat brandende verlangen in Hanna te sterker ;

;

te prikkelen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 97

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's