Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 152
Ze was geen vrouw, die de weelde der wereld zoclit. Ook al was Koning Ahazia haar eigen broeder, en al stond een leven in al de pracht van den koninklijken hofburcht voor haar open, toch geeft zij de voorkeur aan het stil verborgen leven in de binnenkameren van 's Heer en Huis. En juist die stille aard en die meer in zich zelf gekeerde natuur ontwikkelden in deze edele vrouw een geestkracht, zooals ze zelfs onder mannen zeldzaam is. Immers niet Jójada maakt zich op, om het zaad van David te redden. Hij zou in zijn beangstheid het Koningshuis hebben laten uitmoorden. En ook was er onder al de majtnen, die destijds in Jeruzalem nog aan den Heere vasthielden, niemand, die voor de toekomst van het Huis van David opkwam. Ze wilden wel, maar ze dorsten niet. Hun faalde het aan geestkracht. Maar zie, terwijl zoo alle man in Jeruzalem, en zelfs de Hoogepriester, vertsaagt, toont Joséba èn het rijpe inzicht in den toestand te hebben, èn de geestkracht te bezitten, om, op staanden voet, doeltreffend te handelen.
Want het was een waagstuk. Had Athalia het ontdekt, het had Joséba
zonder eenigen twijfel
het leven gekost.
Maar Joséba
tastte
door;
ze
aarzelde
niet,
en
stond niet be-
sluiteloos.
En
die
moed en
uitnemend man van kloek zoo
die veerkracht van zijn vrouw, schijnt op Jójada hebben gewerkt, dat ook hij zes jaren later een initiatief is geworden, die Joiis durft kronen en aan te
Athalia het Godsgericht oefent.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's