Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 125
123 in Bethlehem Ephrata op. Eerst bij den opgang van Jezus, toen hij twaalf jaar was, naar den Tempel op Sion en toen bleek het dat ze den Christus niet verstond. Daarna bij de bruiloft te Kana en ook hier bleek dat ze eer moest teruggewezen, dan dat ze geestelijk in Jezus' hooge gedachte indrong. Toen Maria Jezus uit het gedrang wilde redden (Matth. 12 46), wees Jezus haar af, wees op Gods volk, en zei daarvan: „Zie mijne moeder." Bij Golgotha heeft ze haar schoonste oogenblik; maar zonder dat ook hier iets in haar uitkomt, wat niet evenzoo in den heldenmoed der liefde van menige andere moeder te bewonderen viel. En als Jezus ten hemel is gevaren, verschijnt ook Maria in den kring der geloovigen (Hand. 1 14), maar zoo, dat niet eerst zij, maar eerst de Apostelen genoemd worden; daarna de andere vrouwen; en dan pas „de moeder des Heeren en zijne broederen." Noch op den Pinksterdag, noch daarna is door de Apostelen in de prediking van den Christus dan ook met één enkel woord van Maria melding gemaakt. Paulus, die zijn Evangelie van Jezus zelf had, noemt haar zelfs niet. Van zekere eere die haar bewezen zou zijn, is in de Handelingen noch in de Brieven der Apostelen sprake. Haar raad wordt nooit ingewonnen. Haar oordeel nooit gevraagd. Ongemerkt verdwijnt ze in het Schriftverhaal. En wie de positie, die thans in de Grieksche en Roomsche kerk aan Maria in den eeredienst en in het hart der religie is ingeruimd, vergelijkt met het volkomen ztvijgen over Maria in de Handelingen en Brieven der Apostelen, kan zich niet aan den indruk onttrekken, dat het in de Apostolische kerk ten opzichte van Maria was, gelijk thans onze Gereformeerden het houden, en vlak omgekeerd dan de practijk allengs wierd onder de Kerk van Rome.
sen
;
;
:
:
V.
Bnna. En
deze
te
insgelijks tot
Hem
dier ure daarbij komende, heelt den Heere beleden, en sprak van allen, die de verlossing in Jeru-
salem verwachten.
Luhas
2
:
38.
Al de heerlijkheid van Messias' komst in het vleesch trok zich in het oude Koninkrijk van Juda samen. Uit Juda's stam was èn Maria èn Jozef. In Juda woonde Elisabeth, en in Juda is Joiinnes geboren. En ook Bethlehem zelf, waar de kribbe stond en de Engel nederdaalde, lag weer in Juda's stam. En toch is Messias voor heel Israël, ja buiten Israël, een licht tot verlichting der Heidenen. En gelijk nu in de Magiërs uit het Oosten die
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's