Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 118

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 118

3 minuten leestijd

116

=

(Eliseba Elisabeth), en was zelve uit Aaron's dochteren; en terwijl ons in een Caiaphas de heilige priesterstand zijn ontaarding toonde, is er toch aan dien priesterstand ook nog een heilige loot, waarin de zalige traditiën yan heel Aarons huis als lagen saamgetrokken, en uit die loot was Elisabeth. Daarom had de Heere haar in den diepen weg van versmaadheid en vrouwelijke vernedering gevoerd; want vooral voor een priesterlijke dochter was het kinderloos blijven een sprekende oneere. En nu opeens, nu ze alle hoop had laten varen, nu verblijdt de Heere haar door een niet meer gehoopte zwangerschap, en dat hi verband met een boodschap van Engelen, en met het stom-zijn van haar man. Het is aandoenlijk, en toch is het zoo Heel die ontmoeting met den Engel heeft Zacharias haar niet kunnen verhalen, maar moeten :

opschrijven.

Zoo merkte ze, dat de Heere weer begonnen was zijn wonderteekenen te openbaren. Het was of de dagen van Abraham en Sara waren teruggekeerd. God had weer zijn volk bezocht. En nu, nadat ze vijf lange maanden, stil wachtend en verbeidend, heeft doorleefd, ziet ze daar op eens Maria tot zich komen, en zegt een moederlijk instinct haar, dat het kindeke in haar eigen buik zich roert, niet maar in gewone schudding, maar in heilige trilling bij de nadering van den Heiland. Zoo is moeder en kindeke geheel onder de bewerking van den Heiligen Geest gekomen; en nu ontsluit zich op eens de bloem des geloofs ten volle in Elisabeth, en zij voor het eerst beseft en doorleeft het zaliglijk, dat ze vooi' het wondere feit staat: God geopenbaard in het vleesch, vervuld de hope der vaderen!

En merk nu

aanstonds op de vrucht van dit geloof. de moeder van Joannes; maar die zooveel jongere Maria, niet eens van priesterlijken geslachte, de moeder van den Messias. Moest dit niet in het zondig, en zoo licht naijverig hart de vraag doen rijzen waarom mij die hoogere eere niet ? temeer waar de weibedaagde vrouw zoo licht geneigd is de jongere vrouw te benijden. En toch, dat alles wordt geheel, wordt onmiddellijk bedwongen. Onverholen en onverbloemd geeft zij Maria voor het eerst haren hoogen eerenaam van Moeder des Heeren. Voluit roemt ze Maria als „de gezegende onder de vrouwen." En niet van zich zelve, maar Zij

:

;

van Maria is haar zalig Reeds in Elisabeth de Hij

moet wassen, en

Ja,

ik

sjDreken.

geest, die straks in

haar kind

zal

spreken

:

minder worden.

Elisabeth zelve genietend in de eere boven alle vrouweneere, Maria te beurt valt.

die aan

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 118

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's