Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 40
;;
.38
tot
profeet
gesteld heeft, en dat ze
Mozes meerdere
autoriteit dus
niet behoefde te erkennen.
ging alzoo in tegen het meerder deel, dat haar en Aiiron gegeven had. Want zeker, zij was profetesse, en Aiiron was profeet, maar alzoo, zegt de Heere, „is mijn knecht Mozes niet, met hem spreek Ik van mond tot mond door aanzien en niet door duistere woorden." Zoo had de oudere zuster bij den ouderen broeder steun gezocht, om, tegen Gods verkiezende vrijmacht in, tegen de hoogere roeping van Mozes in verzet te komen. Nijd en ongeloof werkten bij haar samen. Dien val heeft ze met melaatschheid geboet. En toen ze in haar melaatschen staat zeven dagen buiten de legerplaats had doorgebracht, is ze op Mozes' gebed wel weer genezen en weer onder het volk opgenomen, maar toch was ze van dat oogenhlik af de oude Mirjam niet meer. Haar kracht was gebroken. Haar gave was van haar gegaan. En het eenige wat we nog van haar opgeteekend vinden is, dat ze bij Kades stierf en bij Kades begraven werd, maar zonder dat er melding wordt gemaakt van een rouw door Israël over Mirjam bedreven.
Haar
opstandig hart
God aan Mozes boven
Neen, de schoone periode uit Mirjam's leven ligt niet in de woestijn van Sinaï noch bij Kades, maar aan de Schelfzee, toen Mozes met de openbaring uit het Braambosch onder het verdrukte Israël in Egypte was verschenen voor Pharaö zijn teekenen had gedaan en eindelijk het geplaagde volk door de Roode Zee had uitgeleid. In dat heerlijk verschiet is blijkbaar alle zusterlijke naijver op haar jongeren broeder onderdrukt geweest in haar hart. Ze heeft toen in Mozes' roeping geloofd. Ze heeft zich als profetesse, met Aaron, bij Mozes aangesloten, en, bedaagde vrouw als ze was, met jeugdige geestdrift zich aan het hoofd van Israëls vrouwenschare gesteld, om op de duinen van de Roode Zee den God Israëls te ;
verheerlijken.
Verrukkend schoon moet dat oogenblik geweest zijn, toen Israël op den oever stond, en Pharaö's helden met zijn ruiters verdwenen waren in de diepte der zee, en toen Mozes met Israëls helden aan de ééne zij, en Mirjam met de vrouwen aan de andere zijde, daar tegenover elkander stonden, starende op die wateren, die Pharaö tot een graf waren geworden, met daar achter het gehate Egypteland; en nu jubelend en dankend met psalmen en lofgezangen en zingende met beurtreien voor den Heere. Toen moet er in Mirjam's oog, hoe oud en welbedaagd ze ook was, nog iets van haar jeugdige schoonheid zijn opgeleefd, toen ze met de tamboerijn of den trommel in de hand aan het hoofd dier jubelende vrouwenschare, het uitriep en uitzong en uitjubelde op veilig
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's