Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 46

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 46

3 minuten leestijd

;

44

XX.

Debórab, ik, Debórah, opstond, dat ik opstond, een moeder in Israël.

Totdat

V

Eicht.

Debórah

:

7.

Jeanne

d^Arc uit Israëls verbazingwekkende geIsraël het opmerkelijke, dat bijna geen volk zoo telkens, zoo snel, zoo diep in afgoderij verzinkt, en dan als wegslinkt en zijn eere inboet maar dat ook in geen volk als Israël zulk een onuitroeibare nationale veerkracht woont, om zich even dikwijls, even snel en even beslissend weer op te beuren uit zijn schiedenis

;

is

de

want

dit

is

in

;

geestelijk en nationaal verval.

De sleutel van dit geheimenis lag hierin, dat Israëls nationale veerkracht niet in den mensch school, maar in de uitverkiezing Gods. En dit nu bleek op het schitterendst ook in Debórah's dagen. Schier al het vlakke land van Palestina was weer in de macht van de Kanaanieten gekomen, en Jabin, de Koning, wiens residentie in Hazor was, overheerschte heel Israël met wapengeweld. Jabin had een sterk^ goedgewai:)end leger vooral geducht om zijn negenhonderd ijzeren strijdwagens, waartegen geen voetvolk opkon. Al het landvolk, dat in de vlakte woonde, was dus niet slechts cijnsbaar, maar verkeerde in een toestand van slavernij, veel erger dan de Christenen langen tijd onder de Turken hadden te doorstaan en het eenig deel van het volk, dat nog zekere onafhankelijkheid bewaard had, was het bergrolk; want tegen de bergen kon Jabin met zijn strijdwagens niet op. Vooral op het hoogland van Ephraïm bezat dit bergvolk nog zekere organisatie en het was de vrouw van Lappidóth, die onder den Palm tusschen Rama en Bethel woonde, die het talent getoond had, om in dit volk den heldenmoed weer aan te blazen. Haar naam was Debórah, en ze gold als een Moeder in Israël. Ze was toch niet alleen een vrouw van zeldzaliie geestkracht en beleid, maar ook een vrouw, in wie de Geest des Heeren de gave der profetie en de gave van het lied had gelegd. Zoo had zij het omwonend bergvolk weer tot Jehovah teruggeroepen ze had het volk herinnerd aan zijn rijke traditiën uit Egypte en de woestijn ze had geprofeteerd van betere dagen die komende waren ze had als Richteresse recht gesproken en raad gegeven en zoo was ongemerkt haar gezag algemeen erkend geworden. In deze wondere vrouw vond het verstrooide Israël weer een vereenigingspunt. Haar zangen zullen wel van mond tot mond zijn gegaan, en van berg tot berg weerklonken hebben. En zoo ontvonkte ze geestdrift, en wekte in alle stammen van Israël een blijde verwachting, dat verlossing komende was. ;

:

;

;

;

;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 46

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's