Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het Calvinisme - pagina 159

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het Calvinisme - pagina 159

2 minuten leestijd

HET CALVINISME EN DE KUNST. scheppen Gods, kan daarom alleen alleen in dien zin

manier in

is

het, dat

een

bestaan, en

sc/iz/nrealiteit

de mensch op kunstgebied, ook op

om

schepper optreedt,

als

in

151

in

de beeldhouwkunst de vornicn, in de schilderkunst het door bezielde

tint

leven,

de toonkunst het

in

mystieke,

God

daartoe bekwaamd.

op de erkentenis, dat het schoon

rust

onze subjectieve gewaarwording bestaat, en uitdrukking

uitkwam,

schepping

de

heel

En

God zag

toen

menschenoog gesloten en

blijft

af

in

Goddelijkheid"

en hoort

is

zijn

,,

juist

het,

want

Denk

u

niet alleen zijne

Goddelijkheid"

verstaan en

schepselen

zijne

in

menschenoor toegestopt, dan nog

alle

ziet

maar ook

„eeuwige kracht," schepping ,,

God

het schoone en

objectief

„dat het alles goed

was," opdat zijn welbehagen zich daarin verlustigen zou. alle

dit alles

onze inbeelding, niet

niet

van die Goddelijke volkomenheid, die

is

en

God

door

maar dat het Schoone

is,

lijn

de dicht-

in

kunst het bezvuste leven voor oog en oor te tooveren, daartoe aangedreven en van

zijn

de bouwkunst zich een kosmos,

wordt van de en die

doorzien,

de zuivere harmonie, de zuivere evenredig-

heid van het schoone. Dat merken

we ook aan ons

zelf,

want

is in

ons

een kunstoog en daarom kunstvermogen, dan moet wel het absolute

kunstoog

in

God

den beelde Gods

zelven uit

Hem

de weelde

mensch en

uit

der natuur

dier, uit het

den nachtegaal, want dan door Een die

ons niets

zijn

kan dan wat we

Dat weten we evenzoo

ontvingen

schepping die ons omringt, uit

wijl in

zijn,

uit

in

de

het firmament, dat zich over ons welft,

om

ons heen,

uit

de vormenweelde

in

geklots van den stroom en uit den zang van

al dit

zelf het

schoon hoe kan het geschapen schoon

zijn

anders

Wezen draagt, en door zijn En zoo ziet ge, hoe uit de

in zijn

Goddelijke deugden het voortbracht

?

erkentenis van de souvereiniteit Gods, in verband met onze schepping

naar den beelde Gods, vanzelf en natuurlijk die hooge opvatting

van den oorsprong, het wezen en de roeping der kunst voortvloeit, die

we

heiligen

in Calvijns uitspraak

kunstzin

van

uw

vonden, en die nog u toespreekt in den

hart.

De

wereld der tonen, de wereld

der vormen, de wereld der kleuren en de wereld der dichterlijke ideeën, ze

kunnen

beelddrager

is,

God

niet anders

dan

uit

verstaat ze en

kan

ze genieten.

zijn,

en alleen wie Zijn

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 212 Pagina's

Het Calvinisme - pagina 159

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 212 Pagina's